Voeg toe aan favorieten

International Diploma in Neurovascular Diseases

Frederick Meijer


 

 
International Diploma in Neurovascular Diseases
 
Afgelopen april heb ik het eerste seminar van het ‘International Diploma in Neurovascular Diseases’ [1] gevolgd. Deze internationale master is ontstaan uit de samenwerking tussen de universiteit van Parijs-Zuid en de Mahidol Universiteit in Bangkok. De seminars vinden plaats in Chiang Mai, Thailand. Het betreft vier seminars van elk een week, verdeeld over twee jaar. In deze seminars wordt in college- en werkgroepvorm de leerstof besproken. Als leidraad wordt het boek Surgical Neuroangiography [2] gebruikt, geschreven door onder andere prof. P.L. Lasjaunias. Daarnaast moet gedurende minimaal een halfjaar in een neurovasculair centrum ervaring met neurovasculaire patiëntenzorg worden opgedaan. Deze ervaring wordt bijgehouden in een logboek. Een interessante casus zal worden uitgewerkt in een case report. Het logboek, de case report en het volledig volgen van de vier seminars zijn vereist om het examen te kunnen afleggen. Het examen bestaat uit een schriftelijk en een mondeling gedeelte. Het diploma wordt na het behalen van het examen verstrekt.
 
In deze eerste week werd de vasculaire anatomie van de wervelkolom en het hoofdhalsgebied behandeld. Met name werd teruggrepen op de embryologische ontwikkeling, om de vele mogelijke variaties te kunnen begrijpen en verklaren – de anatomie ‘lezen’, zoals prof. Lasjaunias erg enthousiast betoogde. Dit als basis om de vasculaire anatomie bij de individuele patiënt te begrijpen en vervolgens therapeutische beslissingen te kunnen nemen. In werkgroepvorm werden verschillende casus besproken en bediscussieerd. Ter illustratie: bij de embolisatie van een epistaxis moet men zich bewust zijn van het mogelijke bestaan van een anastomose tussen de externe en interne carotiscirculatie. Natuurlijk werden in deze werkgroepen ook voorbeelden gegeven van casus waar verkeerde afwegingen werden gemaakt. In de volgende drie seminars zal het spectrum van neurovasculaire aandoeningen bij volwassenen en kinderen worden behandeld.
 
De master wordt gevolgd door tachtig deelnemers uit ongeveer dertig verschillende landen. Nederland is met elf deelnemers opvallend goed vertegenwoordigd. De groep kan worden onderverdeeld in interventieradiologen en neurochirurgen. De exacte verhouding internationaal is mij niet bekend. Van de Nederlandse deelnemers zijn er vier werkzaam als neurochirurg. Tussen de sessies door waren er natuurlijk uitgebreide discussies over de toekomst van de endovasculaire neuro-interventies. Deze discussie spitste zich toe op de stelling of de endovasculaire neuro-interventies door de interventieradioloog of door de neurochirurg moeten worden gedaan. Een terugkerend argument van de neurochirurgen was dat zij de beste afweging kunnen maken tussen de chirurgische en endovasculaire therapie wanneer zij beide soorten behandelingen beheersen. Uiteindelijk mondde deze rivaliteit uit in de conclusie dat multidisciplinaire samenwerking juist van essentieel belang is: iedereen heeft expertise vanuit zijn eigen achtergrond. Het gaat er uiteindelijk om de beste zorg voor de patiënt te leveren. Volgens de collega’s van de neurochirurgie is deze master trouwens ook een goede basis voor de niet-endovasculaire neuro-interventies.
 
Mijn eigen indruk na deze eerste week is dat het een erg intensieve en zeer leerzame opleiding is. Omdat ik zelf als arts-assistent, derde jaar in opleiding, nog weinig interventie-ervaring heb, is het hard werken, maar het vormt een zeer goede basis voor en voorbereiding op mijn voorgenomen fellowship neuro-interventieradiologie. Mijn jaar ervaring als agnio neurochirurgie blijkt hiervoor ook erg nuttig.
 
 
F.J.A. Meijer
Arts-assistent radiologie
UMC St Radboud, Nijmegen
 
Literatuur
 
2.        Lasjaunias PL, Berenstein A, Brugge ter K. Surgical neuroangiography. ISBN 3-540-41204-2
 
  • wo 23 juli 2008 21:31