Voeg toe aan favorieten Print

Huishoudelijk Reglement NVvR

 
november 2005

HUISHOUDELIJK REGLEMENT NEDERLANDSE VERENIGING VOOR RADIOLOGIE
Naar aanleiding van de nieuwe Statuten [St], vastgesteld bij besluit van de Algemene Vergadering [AV] van 14-11-02 (23-6-02/870~207), vastgelegd bij notariële akte, verleden voor notaris mr. J N G J Kuin te Haren (Gr), op 14-3-03 en gelet op de inhoud van het vigerende Huishoudelijk Reglement [HR] van 12-12-92.
 
Artikel 1   Doel en middelen (artt. 2 en 3 St)
 
1.1  Tot het bevorderen van kennis en kunde wordt mede gerekend:
- Het zorg dragen voor up-to-date opleidingseisen, voor het gericht toetsen op specifieke kennis en - voorzover wenselijk/noodzakelijk - voor (deel)examens.
- Het bevorderen van continuing medical education (CME).
- Het zorg dragen voor een accreditatiesysteem, voorzover dat voor herregistratie wenselijk of noodzakelijk wordt geacht.
             
1.2  Tot het optimaliseren van de functie radiologie en de behartiging van professionele belangen wordt mede gerekend:
- Het opstellen van concrete aanbevelingen voor radiologisch-inhoudelijke onderwerpen die daarvoor in aanmerking komen, en voor kwaliteitsaspecten van de beroepsuitoefening.
- Het periodiek visiteren van alle afdelingen radiologie.
- Het bevorderen van continuing professional development (CPD).
- Het bevorderen van registratie en melding van incidenten.
- Het waarderen van radiologische prestaties in punten, als maat voor belasting en tijdsbeslag, en een periodieke herijking van deze waardering.
- Het informeren en adviseren met betrekking tot het maken van afspraken (met wie, waarover) en het sluiten van overeenkomsten (modelcontracten).
- Het informeren en adviseren met betrekking tot de organisatorische, personele en materiële en financiële aspecten van de praktijkvoering.
- De inrichting van het radiologisch 'dossier'; de (digitale) registratie, verwerking en opslag van radiologische persoonsgegevens; toegankelijkheid en beveiliging; beroepsgeheim en privacyaspecten.
 
 
Artikel 2   Leden (art. 4 St)
 
2.1  De bij de aanmelding voor het gewoon, buitengewoon of juniorlidmaatschap te verstrekken gegevens - bij voorkeur via invulling van een daartoe strekkend formulier - zijn:
- achternaam, voornaam en voorletters, titel(s), geboortedatum, huisadres, privé-telefoonnummer en privé-e-mailadres, en eventueel faxnummer en privé-mobielnummer;  
- wetenschappelijke graad/graden, bevoegdheden en functie(s);
- plaats van functie-uitoefening, naam instelling/onderneming, werkadres, telefoonnummer en e-mailadres, en eventueel fax- en mobielnummer.
 
2.2  Bij de aanmelding dient naam en functie van een gewoon of buitengewoon lid van de NVvR als referentie te worden opgegeven. Bij een arts-in-opleiding zal dat bij voorkeur de opleider zijn.
De secretaris of een ander lid van het bestuur van de NVvR [bestuur] kan bij de als referentie opgegeven persoon nadere inlichtingen inwinnen.     
 
2.3  Indien het bestuur op grond van de verkregen gegevens besluit tot toelating van de aanvrager tot lid, worden diens naam, functie en aard van het lidmaatschap en de naam van de opgegeven referentie vermeld op een bijlage bij de agenda van de eerstvolgende AV.
 
Ieder lid kan tegen deze beslissing in beroep gaan bij de AV, door tot uiterlijk vijf dagen vóór de vergaderdatum het bestuur schriftelijk of via e-mail te berichten, dat over de toelating door de AV bij schriftelijke stemming dient te worden beslist. De secretaris stelt de betreffende referentie van dit bericht in kennis, en verzoekt hem tijdens de vergadering aanwezig te zijn voor het eventueel geven van toelichting.
 
2.4  Indien het bestuur op grond van de ontvangen gegevens en na overleg met de opgegeven referentie beslist, dat de aanvrager niet tot het gevraagde lidmaatschap kan worden toegelaten, ontvangt deze hierover schriftelijk bericht, met opgave van redenen. Van dit bericht ontvangt de referentie een kopie.
 
De aanvrager kan met betrekking tot deze weigering in beroep gaan bij de AV, door via het bestuur een beroepschrift te zenden naar de AV. Het bestuur agendeert de behandeling van het beroep (met relevante bijlagen) voor een volgende AV, bericht de aanvrager en diens referentie over datum, plaats en tijdstip, en verzoekt de referentie tijdens de vergadering aanwezig te zijn voor het eventueel geven van toelichting. Op basis van de aanvraaggegevens, de motivatie van het bestuur voor de weigering van het lidmaatschap, het beroepschrift van de aanvrager en de toelichting van de referentie, neemt de AV een beslissing op het beroep.
 
NB  De AV kan, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, en al dan niet op voorstel van het bestuur, een andere procedure volgen voor de behandeling ván en de beslissing óp het beroep.
 
2.5  Het bureau van de NVvR houdt, op aanwijzing en instructie van de secretaris van het bestuur, een register bij waarin relevante gegevens van alle leden zijn opgenomen.
In dit register opgenomen gegevens kunnen door het bestuur en door organen van de vereniging - op schriftelijk en gemotiveerd verzoek áán en na verkregen instemming ván het bestuur - worden gebruikt voor omschreven doeleinden die passen binnen het doel van de NVvR (art. 2 St) en aansluiten bij het door de AV vastgestelde beleid.
 
Voor het verstrekken - op schriftelijk en gemotiveerd verzoek - van gegevens uit het register aan  anderen/derden en/of voor andere doeleinden, is de instemming van de AV met een daartoe strekkende voorstel van het bestuur vereist. Dit voorstel en deze instemming kan ook een categorie van vergelijkbare verzoeken betreffen. Als een lid tegen een hier bedoelde verstrekking schriftelijk bij het bestuur bezwaar heeft aangetekend, worden hem betreffende gegevens niet verstrekt.
 
 
Artikel 3   Beëindiging/schorsing lidmaatschap (artt. 5 en 9 St)
 
3.1  Indien het bestuur op grond van gedrag en handelen van een lid voornemens is, diens lidmaatschap namens de vereniging op te zeggen, of aan de AV voor te stellen hem te ontzetten uit het lidmaatschap, kan het bestuur voordat het zijn voornemen in daden omzet besluiten, het betreffende lid voor een periode van maximaal drie maanden te schorsen.
Gedurende een schorsing heeft het lid geen lidmaatschapsrechten meer, maar is wel gebonden aan de geldende lidmaatschapsverplichtingen.
 
3.2  Tegen een opzegging van het lidmaatschap door het bestuur kan het betreffende lid binnen een maand na ontvangst van het opzeggingsbesluit in beroep gaan bij de AV, door via het bestuur een beroepschrift te zenden naar de AV. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst  
 
Het bestuur agendeert de behandeling van het beroep (met relevante bijlagen) voor een volgende AV, bericht het lid over datum, plaats en tijdstip, en verzoekt hem tijdens het betreffende agendapunt aanwezig te zijn, opdat hij kan worden gehoord.
 
Op basis van de motivatie van het bestuur voor de opzegging van het lidmaatschap, het beroepschrift van het lid en de resultaten van het horen, neemt de AV buiten aanwezigheid van het lid een beslissing op het beroep.
 
NB  De AV kan, afhankelijk van de omstandigheden van het geval en al dan op voorstel van het bestuur, een andere procedure volgen voor de behandeling ván en de beslissing óp het beroep.
 
 
Artikel 4   Bestuur (artt. 7, 8 en 9 St)
 
4.1  Voor de verkiezing van bestuursleden hebben alle leden actief kiesrecht; alleen gewone leden hebben passief kiesrecht. Wel kan de AV op voorstel van het bestuur één of twee leden (dus ook buitengewone of juniorleden) voor een bepaalde periode en taak toevoegen aan het bestuur. Deze hebben binnen het bestuur een adviserende stem.
 
4.2  Het bestuur stelt een rooster van aftreden vast. Daarbij wordt rekening gehouden met de wenselijkheid, dat van het drietal: voorzitter - secretaris - penningmeester, er jaarlijks slechts één aftredend is.
 
De verkiezing van bestuursleden vindt in beginsel plaats in de laatste AV van het jaar. De gekozenen wonen daarna de bestuursvergaderingen bij en treden officieel in functie tijdens de eerste AV van het daarop volgende jaar. De voorziening in tussentijds optredende vacatures vindt zoveel mogelijk plaats in de eerstvolgende AV en de gekozene treedt onmiddellijk in functie. Op het rooster neemt hij de plaats in van zijn voorganger.
 
4.3 Indien bijzondere omstandigheden dat noodzakelijk maken en een herbenoeming voor drie jaren niet mogelijk is, kan een regulier aftredend lid - met name geldt dit voor de voorzitter en de secretaris - door de AV voor één jaar worden herbenoemd.
 
4.4  Als een lid van het bestuur op grond van zwaarwegende redenen door de AV als bestuurslid wordt ontslagen of voor een periode van maximaal drie maanden wordt geschorst, is hij - definitief of tijdelijk - van zijn bestuursfunctie ontheven. Hij behoudt zijn aan het lidmaatschap van de vereniging verbonden rechten en plichten.  
 
4.5  Het bestuur vertegenwoordigt - en bindt - volgens het rechtspersonenrecht de vereniging in en buiten rechte.
 
Door het bestuur kunnen leden van de NVvR worden aangewezen om namens de vereniging zitting nemen in andere lichamen en organen met welke de NVvR een functionele/professionele relatie onderhoudt. Voor zover ze aldaar deelnemen aan een standpuntbepaling met externe werking of aan besluitvorming over beleid, is in beginsel voorafgaand overleg met het bestuur vereist.
De bevoegdheden en verplichtingen van een dergelijke 'vertegenwoordiger', en zijn relatie met het bestuur, worden schriftelijk vastgelegd.
Het bestuur informeert de AV over de aanwijzing van dergelijke vertegenwoordigers, hun bevoegdheden en verplichtingen en hun relatie met het bestuur. De vertegenwoordiger zendt periodiek bericht aan het bestuur over zijn werkzaamheden en activiteiten. Ten minste eenmaal per jaar doet het bestuur hierover verslag aan de AV. 
 
 
Artikel 5   Bureau/secretariaat (artt. 8.5, 10 en 12.2 onder e St)
 
5.1  Het bureau van de NVvR staat ten dienste van het bestuur, en van andere organen van de NVvR voor zover het bestuur daarmee heeft ingestemd.
De taken waarvoor, de mate waarin, de wijze waarop, door wie en welke werkzaamheden voor een orgaan kunnen worden verricht, worden in concreto bepaald door de secretaris van het bestuur na overleg met (de voorzitter van) het orgaan. Een en ander wordt schriftelijk vastgelegd.
 
Het bureau vervult ook de functie van secretariaat van de vereniging. Een lid van het bureau wordt met de administratieve voorbereiding, notulering en follow-up van de AV belast.
 
5.2  Als het bestuur met inachtneming van de ter zake geldende bepalingen van de statuten heeft besloten tot aanstelling van een directeur van de NVvR, tevens hoofd van het bureau, worden diens taken en bevoegdheden en diens positie ten opzichte van bestuur, organen en leden van de vereniging, in een reglement vastgelegd.
 
5.3  Het bestuur kan met inachtneming van de ter zake geldende bepalingen van de statuten, overgaan tot de aanstelling van een ambtelijk secretaris. Deze staat primair ten dienste van het bestuur, met name van de voorzitter, de secretaris en de penningmeester. Zijn taken en bevoegdheden en zijn relatie met het bestuur en het bureau worden in een schriftelijke instructie vastgelegd.   
 
5.4  Het in het 2e lid genoemde reglement en de in het 3e lid genoemde instructie worden door het bestuur aan de AV ter goedkeuring voorgelegd.
 
 
Artikel 6   Algemene Vergadering (artt. 11 en 12 St)
 
6.1  Onderwerpen ter behandeling en voorstellen ter bespreking en besluitvorming op een AV kunnen behalve door het bestuur, ook worden ingediend door secties en commissies, door districten, als die zijn ingesteld, en door ten minste 10 leden gezamenlijk. De door organen en leden in te dienen onderwerpen en voorstellen dienen het bestuur ten minste vier weken vóór de AV te bereiken, voorzien van een motivering en toelichting.
 
6.2  In spoedeisende gevallen kan het bestuur de AV verzoeken, onderwerpen en voorstellen in behandeling te nemen ook al zijn deze niet op de agenda vermeld en/of ook al zijn de relevante stukken niet vooraf aan de leden toegezonden. In een dergelijk geval beslist de AV afzonderlijk over het eventueel in bespreking nemen en daarna over een eventuele besluitvorming.
 
6.3  De AV kan op voorstel van het bestuur of van ten minste 20 leden gezamenlijk bepalen, dat ten aanzien van een bepaald onderwerp of voorstel de discussie wordt voortgezet ín en/of de besluitvorming wordt verdaagd náár een volgende AV, al dan niet nadat aanvullende informatie is verkregen of nadere toelichting is ontvangen. 
 
6.4  De onderwerpen en voorstellen die volgens art. 12.2 St aan een bijzondere procedure zijn onderworpen:
- een eerste AV voor discussie en eventueel amendering,
- een tweede AV voor discussie, eventueel amendering en daarna besluitvorming,
worden op de agenda's als zodanig vermeld en in een bijlage nader toegelicht.
 
Voor de behandeling en besluitvorming betreffende voorstellen tot wijziging van de statuten en een voorstel tot ontbinding van de vereniging, is tevens het bepaalde in art. 15 St van toepassing.
 
6.5  Als de AV voordat stemming over een bepaald onderwerp plaatsvindt, op voorstel van het bestuur of van ten minste 20 gewone leden gezamenlijk bepaalt, dat met betrekking tot dit onderwerp eerst een meningspeiling onder alle of bepaalde categorieën leden dient plaats te vinden, zorgt het bestuur ervoor dat deze meningspeiling voor zover mogelijk binnen een periode van zes weken, is afgerond.
Voor de wijze van peiling en de formulering van de vraagstelling overlegt het bestuur met daarvoor
naar zijn mening in aanmerking komende organen/personen. Het resultaat van de peiling wordt vastgelegd in een bijlage bij het desbetreffende agendapunt op een volgende AV.
 
6.6  Als de AV voordat stemming over een bepaald onderwerp plaatsvindt, op voorstel van het bestuur of van ten minste 20 gewone leden gezamenlijk bepaalt, dat bij aanvaarding van het voorstel het besluit ter bekrachtiging moet worden onderworpen aan een schriftelijke eindstemming onder alle gewone leden, zorgt het bestuur ervoor dat alle gewone leden voor zover mogelijk binnen een periode van vier weken, een stembiljet ontvangen met antwoordenvelop en uiterste retourdatum (binnen twee weken), en relevante informatie over het voorstel, de essentie van de discussie en de besluitvorming.
 
Het besluit van de AV wordt eerst van kracht, als de meerderheid van de aan het referendum deelnemende gewone leden heeft vóórgestemd. Over de uitslag van het referendum ontvangen alle leden bericht.
 
 
Artikel 7   Secties, commissies en werkgroepen (art. 13 St)
 
7.1  Op voorstel van het bestuur of van ten minste 20 leden gezamenlijk kunnen door de AV:
- secties worden ingesteld, voor de bevordering van deelaspecten van de radiologie (aandachtsgebieden, subspecialisaties) en/of voor de behartiging van voor een omschreven categorie leden specifieke belangen, en
- commissies worden ingesteld, voor het vervullen van bepaalde taken in verenigingsverband.
 
In een reglement dat de instemming van de AV behoeft, dient per orgaan te worden geregeld:
- de samenstelling, taakstelling, bevoegdheden en werkwijze,
- de verhouding tot het bestuur, andere organen en derden, en
- de onderwerpen waarover, de mate waarin en de voorwaarden waaronder zelfstandig ten opzichte van leden en extern kan worden opgetreden.
Gemotiveerde voorstellen tot wijziging/aanvulling van een reglement kunnen door het bestuur of door het betreffende orgaan via het bestuur, aan de AV worden voorgelegd.
 
7.2  De leden van de NVvR die voldoen aan het lidmaatschapscriterium als vermeld in het reglement van een sectie, zijn automatisch lid van die sectie, tenzij in het reglement is bepaald dat zij op verzoek als lid worden ingeschreven. De leden wijzen uit hun midden een voorzitter, een secretaris en een rentmeester aan.
 
7.3  De leden van een commissie en de voorzitter als zodanig worden op voorstel van het bestuur of van de commissie, benoemd door de AV voor een periode van drie jaren. Na afloop hiervan zijn zij eenmaal onmiddellijk herbenoembaar. De commissie wijst uit zijn midden een secretaris en een rentmeester aan.
 
Voor de instelling van een subcommissie dient een gemotiveerd voorstel daartoe aan het bestuur ter goedkeuring te worden voorgelegd. In dit voorstel worden de redenen voor de instelling, de taakopdracht, samenstelling en werkwijze van de subcommissie, en de verhouding tot de commissie,  beschreven. 
 
7.4  Voor zover in het desbetreffende reglement niet anders is bepaald, geldt voor secties en commissies:
 
a. De voorzitter, de secretaris en de rentmeester vervullen de voor die functies gebruikelijke taken, en vormen tezamen het dagelijks bestuur van het orgaan.
 
b. De secretaris zendt ten minste 1 week voor iedere vergadering de uitnodiging, agenda en bijlagen naar alle leden, en een afschrift daarvan naar het secretariaat van de NVvR. Vóór 15 januari brengt hij verslag uit aan het bestuur over de activiteiten en gebeurtenissen van het afgelopen jaar, en vermeldt hij de samenstelling en functieverdeling voor het aangevangen jaar.
 
c. De rentmeester houdt boek van inkomsten en uitgaven. Bij onvoorziene posten overlegt hij met de  penningmeester van de NVvR. Vóór 1 november stelt hij een conceptbegroting op voor het komende jaar, welke na fiattering door de andere bestuursleden, vóór 1 december bij de penningmeester wordt ingediend. Uiterlijk 1 januari legt hij, namens het bestuur van het orgaan, ten overstaan van de penningmeester rekening en verantwoording af over het afgelopen jaar.
 
d. Rapporten en adviezen worden uitgebracht aan het bestuur; en via het bestuur aan de AV. Eventuele voorstellen worden ingediend bij het bestuur.
 
e. Voor het inschakelen van externe deskundigen en adviseurs en voor het zelfstandig optreden naar buiten is overleg mét en instemming ván het bestuur vereist.
Met betrekking tot externe adviseurs/deskundigen wordt schriftelijk vastgelegd:
-1  door wie en op welke wijze de persoon wordt geselecteerd, en
-2  door wie (in beginsel het bestuur) diens opdracht wordt geformuleerd,
-3  de financiële consequenties van de inschakeling en de wijze waarop daarin zal worden voorzien,
-4  door wie het rapport/advies zal worden beoordeeld op eventuele gevolgen voor het functioneren van het orgaan en het beleid van de NVvR (in beginsel het bestuur en het dagelijks bestuur van het orgaan), en
-5  wanneer en hoe de AV wordt geïnformeerd en de eventuele besluitvorming van de AV wordt voorbereid.
 
f. Leden van het bestuur hebben toegang tot de vergaderingen van secties en commissies, en hebben daar een adviserende stem.
 
7.5  Het bestuur kan ter voorbereiding of nadere uitwerking van beleid een werkgroep ad hoc instellen en voor het vervullen van omschreven onderdelen van zijn taak, werkgroepen voor onbepaalde termijn. Bij de instelling worden taak, bevoegdheden en werkwijze nader omschreven. Werkgroepen rapporteren en brengen advies uit aan het bestuur.   
 
Artikel 8   Financiën  (artt. 6, 11.4 en 13.6 St)
 
8.1  Het beheer over de geldmiddelen van de NVvR wordt namens het bestuur gevoerd door de penningmeester. Hij voert een overzichtelijke boekhouding van ontvangsten en uitgaven, vorderingen en schulden, en van de bezittingen. De Financiële commissie [FC] ziet toe op dit beheer, controleert ten minste eenmaal per jaar de financiële boekhouding en bescheiden, kasmiddelen en waarden, en brengt hierover verslag uit aan het bestuur en de AV, zonodig vergezeld van een advies. 
De penningmeester is verplicht aan de FC of aan een door deze commissie in overleg met het bestuur aan te wijzen deskundige, inzage te geven van alle boeken en bescheiden en hen/hem alle in dit opzicht relevante informatie te verstrekken. 
 
8.2  Het bestuur stelt aan de hand van een door de penningmeester vóór 15 april uitgebracht concept, een financieel verslag op over het voorgaande jaar, dat met balans en staat van baten en lasten vóór 15 mei wordt toegezonden aan de FC. Tijdens de jaarvergadering worden deze stukken, tezamen met het verslag van de FC daarover, aan de orde gesteld.
 
8.3  Het bestuur stelt aan de hand van een door de penningmeester vóór 15 april uitgebracht concept en het daarover ontvangen advies van de FC, een voorstel voor de begroting vast voor het lopende jaar, dat tijdens de jaarvergadering ter goedkeuring wordt voorgelegd. Na besluitvorming hierover wordt op voorstel van het bestuur de jaarcontributie voor de verschillende categorieën leden vastgesteld.
 
8.4  Blijkt tijdens het jaar dat de begroting door onverwachte uitgaven of lagere inkomsten in beduidende mate zal worden overschreden, dan kan overeenkomstig de in lid 3 beschreven procedure, een suppletoire begroting aan de eerstvolgende AV ter goedkeuring worden voorgelegd, tezamen met een voorstel voor een aanvullende contributie.
Bij onvoorziene omstandigheden of voor bijzondere doeleinden kan de AV op gemotiveerd voorstel van het bestuur incidenteel aan alle of bepaalde categorieën leden een extraheffing opleggen. Het daartoe strekkende voorstel wordt vooraf aan de FC ter advisering voorgelegd.
 
 


Artikel  9   Eerbetoon (art. 4.7 St)
 
9.1  Tot erelid van de NVvR kunnen door de AV worden benoemd: personen die zich op zeer bijzondere wijze buitengewoon verdienstelijk hebben gemaakt voor de NVvR, voor de radiologie en/of voor de radiologen.
Een gemotiveerd voorstel daartoe kan uitgaan van het bestuur of van ten minste 20 gewone leden gezamenlijk. De beslissing dient door ten minste tweederde van de tijdens de vergadering uitgebrachte stemmen te worden genomen.
 
9.2  De AV kan op gemotiveerd voorstel van het bestuur of van ten minste 20 leden gezamenlijk een erelegpenning toekennen aan personen die zich als lid bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt voor
de vereniging. Ook deze beslissing dient met een meerderheid van ten minste tweederde van de tijdens de vergadering uitgebrachte stemmen te worden genomen.
 
9.3  De in het eerste en tweede lid bedoelde voorstellen, met eventueel een bestuursadvies daaromtrent, worden aan alle leden, met uitzondering van het betreffende lid, toegezonden.
 
 
Artikel 10   Kostenvergoedingen en eventuele tegemoetkomingen  (art. 11.4 St)
 
10.1 Leden van het bestuur en van andere organen van de NVvR, en andere leden van de vereniging die op verzoek van het bestuur met bijzondere taken/functies zijn belast, hebben recht op vergoeding van kosten die in de betreffende hoedanigheid zijn gemaakt. Op voorstel van het bestuur kan de AV aan de vervulling van bepaalde veel tijd vergende functies een financiële tegemoetkoming verbinden.
 
Elk jaar worden als onderdeel van de begroting de vergoeding voor reis- en verblijfkosten en de hoogte van een eventuele tegemoetkoming vastgesteld.
10.2  Een lid dat recht heeft op vergoeding van kosten dient zijn declaratie binnen dertig dagen in te dienen bij de penningmeester, evt. geaccordeerd door de rentmeester van het betreffende orgaan van de vereniging.
 
Artikel 11   Wijziging/aanvulling Huishoudelijk Reglement (art. 8.4 St)
 
11.1  Gemotiveerde voorstellen tot wijziging/aanvulling van het HR kunnen bij de AV worden ingediend door het bestuur en - via het bestuur, en door het bestuur voorzien van een preadvies - door een sectie of commissie of door ten minste 20 leden gezamenlijk.
De AV kan hierop, al dan niet op voorstel van het bestuur, de bijzondere procedure als beschreven in art. 12.2 St van toepassing verklaren.
 
11.2  Een besluit van de AV tot wijziging of aanvulling van het HR treedt in werking nadat alle leden hierover schriftelijk zijn geïnformeerd.
 
 
Artikel 12   Slotbepaling (art. 16 St)
 
16  In gevallen waarin dit HR en/of specifieke reglementen van organen van de NVvR niet voorzien, beslist het bestuur voor het betreffende geval, met inachtneming van de statuten, en doet daarvan mededeling tijdens de eerstvolgende AV.
Dan wordt op voorstel van het bestuur bepaald of, en zo ja welke regelingen aanvulling of wijziging behoeven.
     
 
 
Vastgesteld door de Algemene Vergadering bijeen op 06-11-2003
Art. 10.2 gewijzigd door de Algemene Vergadering bijeen op 17-11-2005