Voeg toe aan favorieten Print

Posterprijs Radiologendagen 2011


Willemijn Klein, UMC St Radboud Nijmegen



Voor de beste poster en presentatie

FOETALE POSTMORTEM RADIOLOGIE
W.M. Klein, C. Marcelis, F. Vandenbussche
Universitair Medisch Centrum St Radboud, Nijmegen

Doel: verbetering radiologie congenitale afwijkingen bij overleden foetussen.

Achtergrond: Met de komst van de 20-wekenecho neemt het aantal gevonden congenitale afwijkingen sterk toe, en hiermee ook het aantal zwangerschapsafbrekingen. Toch daalt het aantal autopsieen (gouden standaard). Postmortem MRI en CT kunnen, zonder het kind te beschadigen, aanvullende informatie geven.

Techniek en casuistiek: Postmortem radiologische diagnostiek (<24 uur na overlijden) bestaat uit een X-babygram AP en lateraal, MRI Total body (T1 3D en T2 3D (totaal 7 minuten) met reconstructies, eventueel aangevuld met andere sequenties), en Total body CT met reconstructies.

Figuur 1.
Prenatale echo toonde een Siamese tweeling, waarvoor zwangerschapsafbreking. Postmortem MRI bevestigde het beeld van een thoraco-omfalopagus met gedeelde longen, hart en lever.


Figuur 2.
Prenatale verdenking skeletdysplasie. Postmortem babygram en CT tonen thanatofore dysplasie type 2. MRI toont uitgebreide hersenafwijkingen die niet eerder bij dit beeld werden beschreven.


Figuur 3.
Prenatale echo toont tumoren in hoofd en hart bij een helft van een eeneiige tweeling, terwijl het andere kind echografisch normaal is. Prenatale MRI toont ook bij het andere kind subependymale tubers. De postmortem MRI en autopsie bevestigen de diagnose tubureuze sclerose.

Discussie & conclusie: Postmortem foetale MRI en CT kunnen belangrijke bevestiging en additionele informatie. Dit is van grote waarde voor de verwerking door ouders en voor genetic counseling ten behoeve van volgende kinderen. Zeker bij een dalend aantal autopsieen is dit van groot belang. Een prospectieve studie in samenwerking met pathologie, radiologie, klinische genetica en gynaecologie zal de diagnostische waarde moeten aantonen.