Voeg toe aan favorieten Print

In memoriam Jacques Odo Op den Orth

 

In memoriam
Jacques Odo Op den Orth
12 juni 1930 – 7 oktober 2009 
 
Op 7 oktober 2009 is dr. Jacques Odo Op den Orth, na een kort ziekbed, op 79-jarige leeftijd overleden. Odo, zoals hij altijd genoemd werd – naar de initialen van zijn achternaam –, was een bekwaam en alom gerespecteerd radioloog.
 
Na een studie geneeskunde aan de Rijksuniversiteit te Leiden (1948-1956) startte Op den Orth de opleiding tot radioloog aanvankelijk in de Diaconesseninrichting Bronovo in Den Haag, later aan de Rijksuniversiteit te Leiden met prof.dr. J.R. von Ronnen als opleider. In de periode 1962-1969 was Op den Orth werkzaam als radioloog in het Prinses Irene Ziekenhuis te Almelo. Vanaf 1969 was hij werkzaam als radioloog, hoofd en opleider in het St. Elisabeth’s of Groote Gasthuis te Haarlem. Zijn Haarlemse periode was wetenschappelijk het meest productief. Hij bouwde samen met een aantal gemotiveerde collega’s een vooraanstaande radiologische afdeling op. In deze inspirerende periode begon ik als assistent-radioloog in dit ziekenhuis. Hier werd ook mijn wetenschappelijke vorming door Op den Orth en zijn collega’s ter hand genomen. De inhoudelijke discussies waren soms heel confronterend voor een beginnende assistent. Op den Orth kon heel fel uitvallen als iemand beweringen deed die niet gestaafd konden worden. Gratuite beweringen waren dan ook voor hem uit den boze, omdat het van een gebrek aan een kritisch-wetenschappelijke benadering getuigde: “laat maar een goed artikel zien waarin dit bevestigd wordt”.
 
In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw vierden de ontwikkelingen op het gebied van de conventionele bariumdiagnostiek en echografie van de maag-darmtractus hoogtij. Dit was de periode dat CT en MRI werden geïntroduceerd in de radiologie. Op den Orth was een van de pioniers die nationaal en internationaal faam maakten met het toepassen van nieuwe technieken voor het diagnosticeren van met name pathologie van maag en duodenum. Hij ontwikkelde het zogenaamde ‘bifasisch maagonderzoek’. De essentie van deze benadering is dat een combinatie va dubbelcontrast-opnamen en enkelcontrast-opnamen de beste diagnostische opbrengst heeft om bijvoorbeeld een maagtumor vast te stellen. Veel radiologen begrepen deze benadering maar half en gebruikten vooral de dubbelcontrast-techniek, in de veronderstelling dat hiermee het merendeel van de afwijkingen vastgelegd zou worden. Op den Orth hamerde erop dat het onderzoek pas compleet was als er ook enkelcontrast-opnamen werden vervaardigd. Deze opnamen moesten met compressie (met behulp van een lepel van Holzknecht of anderszins) worden gemaakt. Ze zijn soms moeilijk te realiseren en worden daarom nogal eens onvolledig of onjuist vervaardigd. Als beginnende assistent in de radiologie heb ik mij ook wel eens bezondigd aan het maken van een onvolledig enkelcontrast-onderzoek. Ik weet nog goed hoe Op den Orth het onderzoek dan overnam en op overtuigende wijze met behulp van enkelcontrast-compresssieopnamen een maagtumor aantoonde die in de verste verte niet was terug te vinden op de fraai ogende dubbelcontrast-opnamen.
 
De ontwikkelingen in de bariumdiagnostiek genereerden in die tijd veel interesse en mogelijkheden voor wetenschappelijk onderzoek. Tegenwoordig is het belang van bariumdiagnostiek sterk verminderd, maar kan het dienen als model voor de omgang met nieuwe ontwikkelingen in de radiologie. Op den Orth benaderde zijn onderwerp met grote gedrevenheid, was enthousiast over nieuwe bevindingen, pakte het probleem analytisch aan en stelde het patiëntenbelang altijd centraal. Deze combinatie van kenmerken is nog steeds van vitaal belang om een radiologisch onderwerp succesvol te ontwikkelen. Bovendien levert deze werkwijze het meeste plezier in het werk op en leidt het tot de beste resultaten. Hij verdedigde zijn proefschrift cum laude aan de Rijksuniversiteit te Leiden in 1979. Dit standaardwerk over het bifasische maagonderzoek heeft voor vele generaties radiologen als basis gediend voor het leren van het bariumonderzoek van maag en duodenum. De beschreven technieken en principes zijn nog steeds actueel en bruikbaar in de dagelijkse praktijk.
 
Op den Orth putte ook veel genoegen uit zijn internationale erkenning, zijn voordrachten en publicaties. Hij was gepast trots als buitenlandse collega’s van naam en faam bij hem in Haarlem op bezoek kwamen om van zijn bifasische benadering van het maagonderzoek kennis te komen nemen, hem te raadplegen en vriendschappen te sluiten. Hij kon hartstochtelijk collega’s bewonderen die zijns inziens het probleem op de juiste wijze benaderden, maar was ook in staat tot heftige polemiek als hij meende dat collega’s inhoudelijk (daar ging het hem uiteindelijk altijd om) niet correct bezig waren. Deze gedrevenheid om vakinhoudelijk zo goed mogelijk te presteren en daarbij geen compromissen te accepteren is typerend voor Op den Orths werk en leven. In dit verband was hij zeer vereerd met de uitnodigingen om overzichtsartikelen in Radiology en Radiographics te publiceren en aan belangrijke standaardwerken in de radiologie bijdragen te leveren.
 
Op den Orth heeft promovendi begeleid in hun eerste stappen op het wetenschappelijke pad. Hij spendeerde veel tijd en energie aan het bespreken en corrigeren van artikelen. Hij kon promovendi goed stimuleren om kritisch naar de eigen tekst te kijken. Taalkundige onjuistheden en inconsequenties legde hij voortdurend bloot. Soms kon je als promovendus wanhopig worden van de zoveelste versie of correctie. Des te bevredigender was het dan als een artikel uiteindelijk in Radiology of een ander goed tijdschrift verscheen. Dit plezier in het publiceren van artikelen en het opzetten van nieuwe projecten was enthousiasmerend en onderschrijft het belang van een rolmodel. Voordrachten en exhibits op de RSNA in Chicago waren een extra kroon op het werk en boden de gelegenheid met collega’s over het werk van gedachten te wisselen. Een exhibit (je mocht het geen poster noemen) op de RSNA moest in Op den Orths optiek de afronding van een wetenschappelijke publicatie zijn. Op den Orth behoorde tot een van de eerste Nederlandse radiologen die actief deelnamen aan de RSNA. Het was een bijzondere gewaarwording als assistent-radioloog onder zijn leiding de RSNA te bezoeken en daar een exhibit te presenteren. Hij kon prachtige verhalen vertellen over de ontwikkelingen op het vakgebied, doorspekt met vele persoonlijke anekdotes. Het was daarom des te droever deel te nemen aan de RSNA 2009 in de wetenschap dat een bijzonder mens en vakman aan ons ontvallen was. Hij ruste in vrede.


Albert de Roos
 
 

 

  • wo 11 augustus 2010 08:32