Voeg toe aan favorieten Print

Bij de oratie van prof.dr. A. van der Lugt

‘Geeft meer zicht ook meer inzicht?’



 



Op 17 juli jl. sprak dr. Aad van der Lugt te Rotterdam zijn inaugurale rede uit met de titel ‘Geeft meer zicht ook meer inzicht?’, hiermee het ambt van hoogleraar aanvaardend vanwege de Vereniging Trustfonds EUR met als leeropdracht de neuroradiologie en hoofdhalsradiologie.

Voor een academische radiologieafdeling is het krijgen van een nieuwe professor altijd een zeer heugelijke gebeurtenis. Onverwachts komt een bijzonder hoogleraarschap nooit, maar het uiteindelijke moment duurt toch altijd langer dan gedacht, en rond die tijd zijn de verwachtingen dan ook hooggespannen.
Hooggespannen bij de omgeving, bij de familie die al jaren de investeringen en opofferingen van de hoogleraar in spé aan den lijve heeft ondervonden, de collega’s die hebben meegeleefd en soms meegewerkt, die zich ook een beetje willen koesteren in het nieuwe elan dat deze positie met zich meebrengt – en bovendien na al die tijd wel zin in een feestje hebben.
En natuurlijk bij het lijdende voorwerp zelf, die misschien wel een van de belangrijkste voordrachten van zijn leven moet houden: De oratie!


 
Sommigen kennen Aad van de Lugt al vanaf zijn prille wetenschappelijke begin aan de EUR en later de afdeling Radiologie van het toenmalige Dijkzigt Ziekenhuis. Een man die altijd zijn vak op het allerhoogste niveau uitoefent, die geen inspanning te veel is om dit doel te bereiken, en die dit over het algemeen doet met een opvallend goed humeur.
Helaas wel met één manco: hij geeft het woord ‘deadline’ al jaren een diepere betekenis. Al in zijn onderzoekstijd aan het ICIN (Interuniversitair Cardiologisch Instituut Nederland) stonden zijn medeonderzoekers, terwijl Aad al bijna met één been in het vliegtuig richting congres stond, met zweet tussen de schouderbladen zijn powerpointdia’s in hun raampjes te stoppen of werd de papieren poster echt op het laatste nippertje van de printer getrokken om snel in een posterkoker gepropt, nog net op tijd mee de cabine in te kunnen.
Poster en presentatie op het congres zelf waren altijd wel weer een groot succes, dat dan weer wel. Gelukkig hebben de meest naaste collega’s sinds het digitale tijdperk minder last van Aads pathologische neiging om de uiterste grenzen van de tijd op te rekken, maar de aard van dit soort beestjes verandert meestal niet.

Toch hadden we goede hoop dat het opzoeken van spanning met alles ‘op het wetenschappelijke laatste moment’ wel afgelopen zou zijn tegen de tijd dat hij hoogleraar zou worden. Dit was echter niet het geval. Vanuit het aandachtsgebied Neuroradiologie/ Hoofd-Hals kwamen er signalen dat met nog enkele dagen te gaan, er nog druk geschaafd werd aan de presentatie voor de redevoering van 17 juli. De afdeling maakte zich toch wel een klein beetje zorgen…

Nadat het publiek – over de opbrekingen heen en door de modderpoelen van Campus Woudenstein, dat hevig verbouwd wordt – de plaatsen in de aula had ingenomen, en nadat de rector magnificus de plechtigheid had geopend, bleek onze vrees ongegrond.
Na de initiële lichte spanning in de stembanden die alleen herkenbaar was voor intimi, gaf Aad van der Lugt een zeer boeiend betoog ten beste van het hoge niveau wat we van hem als spreker gewend zijn. Als bevlogen gids leidde hij het publiek, dat deels bestond uit niet-medici, door de beeldvorming van de neurologie en het hoofd-halsgebied en poneerde aansluitend zijn visie met betrekking tot de leeropdracht van zijn bijzonder hoogleraarschap.

De dankuitingen aan degenen die hem al die jaren hebben bijgestaan, waren tekenend voor zijn warme persoonlijkheid. Hooguit zijn drie dochters vonden zijn verhaal te saai voor woorden!

De aansluitende receptie op Woudenstein en bovenal het feest in het Wereldmuseum waren zeer geslaagd, waarbij mensen uit verschillende periodes van Aads carrière en persoonlijk leven, soms na vele jaren, elkaar weer troffen. Ook de kersverse professor genoot zichtbaar gedurende het hele feest met een grijns van oor tot oor. De buitengewoon goede sfeer die kenmerkend was voor het hele gebeuren rondom de oratie mag Aad zichzelf aanrekenen. Hij kreeg de dag die hij verdiend heeft!

Winnifred van Lankeren
 

 

 

 


 

 

  • do 17 november 2011 14:41