Voeg toe aan favorieten Print

De galblaas in de tweede helft van de 20e eeuw


IVC          intraveneus cholangiogram

De galblaas werd in de tweede helft van de 20e eeuw afgebeeld door de patiënt een jodiumhoudend contrastmiddel te laten slikken: zes tabletten Cholebrine. Dat contrastmiddel werd door de lever uitgescheiden naar de galblaas. De volgende dag werden onder doorlichting enkele uitgedraaide röntgenfoto’s in staande en liggende houding gemaakt, waarbij voorliggend darmgas werd weggeprojecteerd. De galblaas werd daarbij meestal fraai zichtbaar, inclusief eventuele stenen, poliepen, tumor, enz.


Figuur 1. Oraal galblaasonderzoek: De galblaas heeft een dag na het slikken van zes tabletten Cholebrine het contrastmiddel opgenomen. De galblaas functioneert dus wel, maar bevat vele stenen!

Het was een niet belastend en eenvoudig onderzoek, dat dagelijks 10-20 maal plaatsvond, vrijwel altijd voorafgaand aan het bariumpaponderzoek van de maag. Indien de galblaas onvoldoende zichtbaar werd, kon men het onderzoek de volgende dag herhalen na een tweede dosis tabletten.
 
Soms werd zelfs de functie van de galblaas bepaald door het eten van een reep chocolade. Daarbij werd de contractie zichtbaar gemaakt en een eventuele adenomyomatose. Later werden daarvoor meer sophisticated stoffen gebruikt zoals kinevac en cholecystokinine. 
 
Echter, als de galblaas niet functioneerde door cholecystitis, stasis in het galwegsysteem of door  een gestoorde leverfunctie, dan ‘kwam de galblaas oraal niet op’. Uiteraard evenmin als de galblaas verwijderd was. In die gevallen kon men een IVC (intraveneus cholangiogram) verrichten. Het contrastmiddel (Cholegrafin, enz.) werd via een intraveneus infuus langzaam toegediend. Na enkele uren was de uitscheiding van het contrastmiddel zichtbaar in de galwegen. Met planigrafie werden dan redelijke tot soms fraaie beelden verkregen
 
Figuur 2. IVC. De galblaas heeft het contrastmiddel goed opgenomen. Er zijn meerdere stenen in de kleine chronisch ontstoken galblaas, die evenwel nog goed functioneert. Het planigram toont vaag (rechts in beeld) de ductus choledochus, verwijd t.g.v. een distale steen.
 
Als de leverfunctie slecht was, kon men alleen onderscheiden of er wel of geen verwijding van de galwegen bestond. Als de functie nihil was, hield het op.
 
Rond 1975 kwam het echografisch onderzoek van de galblaas, waarop stenen vaak wel goed zichtbaar waren. De internisten en chirurgen vertrouwden dit onderzoek echter nog maar half. Soms waren het overtuigende beelden; soms was het koffiedik kijken, en in ieder geval afhankelijk van de onderzoeker.
 
Door verbetering van de techniek en van de knowhow van de radioloog is de huidige echografie van de galblaas zeer betrouwbaar.
 
De Historische Commissie 
  • za 4 april 2009 17:09