In het voetspoor van Röntgen: Zürich en Bern
Kees Vellenga
ETH Eidgenössische Technische Hochschule
IDKL Internationaler Diagnostik Kurs Davos
In 2009 maakte de Historische Commissie haar jaarlijkse reis ‘In het voetspoor van Röntgen’ naar Zürich, de stad waar Wilhelm Conrad aan de ETH studeerde, nadat hij in de laatste klas van de middelbare school in Utrecht vanwege een onbenullig – en hem ten onrechte aangerekend – incidentje werd weggestuurd. Om dezelfde reden zakte hij ook voor het toelatingsexamen voor de Universiteit in Utrecht. Enkele decennia later studeerde Einstein aan dezelfde universiteit in Zürich (1896-1900).
Van 9 tot 12 september 2009 was de Historische Commissie met echtgenotes in Zürich, en een dag in Bern. Carl Puylaert liet dit keer verstek gaan, omdat hij herstellende was van een kortstondige ziekte en zijn krachten wilde sparen voor zijn lezing een week later tijdens de Radiologendagen.
De organisatoren Gerd Rosenbusch en Joris Panhuysen hadden alles grondig voorbereid. Ze hadden kamers in Hotel Hirschen (hotel sinds 1703) aan de Niederdorfstrasse 13 in het oude stadscentrum gereserveerd. De excursie begon woensdag 9 september met een pelgrimage naar de Seilergraben 7, waar de student Röntgen vier jaar woonde (1866-1869).
Foto 0306: Seilergraben nr. 7 in Zürich (het linker huis). Hier woonde Röntgen als student van 1866-1869. Op nr. 9 woonde de Joegoslavische student Paschitsch, die later staatsman werd. Jolien Vellenga en Hans Vermeij steken de Seilergraben over.
De herdenkingsplaquette hangt hoog en uit het zicht, en wordt aan de aandacht onttrokken door het op ooghoogte aangebrachte bord van de huidige tandartspraktijk Lorenzon.
Foto 0302: Plaquette aan de Seilergraben 7.
Ernaast – op nr. 9 – hangt de plaquette van een andere ETH-student, die hier in 1868-1872 woonde: Nikola Paschitsch; hij zou later een groot Joegoslavisch staatsman worden.
Röntgen woonde hier in een goede buurt en had er een prima tijd. Hij ging er regelmatig om de hoek naar het café ‘Zum Grünen Glas’ aan de Untere Zäune, waar het gezellig toeven was. De waard Ludwig gaf er schermles en had een fantastische dochter: Bertha. Wilhelm werd verliefd op haar en ze zijn later getrouwd.
Foto 0448: De Historische Commissie voor het etablissement waar Röntgen zijn Bertha Ludwig ontmoette. V.l.n.r.: Gerd Rosenbusch, Kees Vellenga, Peter van Wiechen, Joris Panhuysen, Hans Vermeij. Uiterst rechts op de foto Truus Vermeij.
Onze wandeling voerde ons verder door de prachtige oude binnenstad van Zürich, o.a. langs het huis van de predikant en schrijver Lavater (beroemd geworden vanwege de fysiognomie, de gelaatstrekkenleer), hier in 1775 bezocht door zijn vriend Goethe. Daarna kwamen we door de Spiegelgasse, waar Lenin in 1916-1917 woonde.
Vervolgens ging het de berg op naar de ETH. In dit complex bevindt zich aan de Rämistrasse 69 het Medizinhistorisches Museum. Het gebouw stamt uit 1880; het behoorde eerst aan fysica, en Einstein had er meteen na zijn studie een werkkamer; daarna ressorteerde het onder biologie.
Foto 0328: Het Medizinhistorisches Museum van de Universiteit Zürich. Het gebouw stamt uit 1880 en herbergde aanvankelijk fysica, vervolgens biologie en nu het prachtige museum.
We werden er ontvangen door de directeur prof. Beat Rüttimann; hij is van origine orthopeed, heeft enkele jaren in Zwolle gewerkt, vele jaren in Zürich, is nu gepensioneerd maar nog consulent orthopedie; hij is geen familie van prof. Alois Rüttimann van de IDKL van Davos, maar was wel bevriend met hem. Hij is gek op medische historie en weet er veel van. Zijn rondleiding duurde twee uur en het enthousiasme spatte eraf.
Foto 0345: De Historische Commissie wordt in het Medizinhistorisches Museum rondgeleid door prof. Rüttimann (met de cadeaus in de hand).
Vijf studenten uit Zürich hebben later de Nobelprijs gewonnen, o.a.: Röntgen, Einstein, de fysioloog Hess en de Nederlander Debije. Andere beroemde geleerden van de universiteit en het belendende UniversitätsSpital waren Schönlein, Billroth, Sauerbruch, Löffler, Krayenbühl, Yaşargil en Andreas Grüntzig. Het museum is veelzijdig en één van de mooiste medisch-historische musea die we gezien hebben. Het beslaat alle tijden en alle vakken. Schilderijen en beelden, kappen, kleppers en andere parafernalia betreffende de pest en de lepra zijn er te zien. Prachtige anatomische preparaten uit 1800; een apotheek met beelden van Cosmas en Damian uit 1750; de meest uiteenlopende apparaten voor chirurgie, verloskunde, tandheelkunde, een mechanische long; een originele verloskamer uit 1840; alle info en apparaten van o.a. Morton (1846, eerste operatie onder verdoving van lachgas in Boston) en Ignaz Semmelweis (1848; start antibacteriële handelwijze in de kraamvrouwenklinieken te Wenen; S. zelf eindigde overigens in het gekkenhuis vanwege neurolues, zowel cerebraal als tabes dorsalis) en Joseph Lister (chirurg Edinburgh, uitvinder van het samengestelde microscoop en van de asepsis 1890).
Die woensdagmiddag besloten we wel heel letterlijk in het voetspoor van Röntgen te treden. Aan het einde van Wilhelms studie was Bertha in het sanatorium op de Uetliberg opgenomen. Toen hij slaagde voor zijn ingenieursexamen, wilde hij haar ogenblikkelijk het grote nieuws brengen en holde de berg op. Dit was voorwaar een opmerkelijke prestatie, want die berg is 850 meter hoog en het pad erheen is lang en steil. Een deel van de Historische Commissie heeft deze anderhalf uur lange beklimming verricht in wandeltempo (zeker niet hollend), en dat viel niet mee!
Foto 0356: De Historische Commissie beklimt de Uetliberg. Op de foto Geeske Panhuysen en Gerd Rosenbusch.
Maar Röntgen was een jonge sportieve student en heeft zijn leven lang bergwandelen als hobby gehouden. Op de Uetliberg is tegenwoordig een restaurant en congrescentrum gevestigd met prachtig uitzicht over Zürich. De Historische Commissie heeft daar met haar dames gedineerd en na afloop het treintje terug naar Zürich genomen.
Op donderdag begaven we ons wederom de Rämistrasse op naar de ETH. Ditmaal naar het hoofdgebouw, dat in 1864 werd gebouwd door de hoogleraar architectuur Semper (een grote vriend van Wagner). Toen Röntgen twee jaar later met zijn studie begon, kon hij dus meteen college volgen in het splinternieuwe prachtige gebouw. De ETH is gesticht in 1855 voor alle Zwitserse kantons (Eidgenossen), en tegenwoordig studeren er 20.000 studenten uit 80 landen. 21 Nobelprijswinnaars waren ooit aan de ETH verbonden.
Foto 0326: Het hoofdgebouw van de ETH werd in 1864 gebouwd door Semper. Twee jaar later begon Röntgen hier met zijn studie.
Die dag werden we ontvangen door de heer Gasser, hoofd van de ‘Spezialsammlungen’ van de ETH-bibliotheek. In de bibliotheek bevinden zich 6,9 miljoen documenten. De heer Gasser concentreerde zich voor ons op twee vroegere studenten, Röntgen en Einstein. Hij gaf een interessante lezing en liet originele brieven van Röntgen zien. Ook in Zürich mislukte zijn toelatingsexamen, ditmaal omdat hij ziek was. Hij ontving een brief waarin staat dat men hem ontheffing geeft, omdat hij getuigschriften van zijn kennis heeft kunnen overleggen. Vervolgens kregen we zijn bedankbrief hiervoor van 16 november 1865 te zien. Eveneens interessant zijn de ingebonden collegedictaten.
Foto 0401: De bibliothecaris Gasser toont ons de originele matrikels van Röntgen en Einstein.
Ook mochten we de originele matrikels (rapporten) van deze twee studenten inkijken. De cijfers gaan van 1 tot 6. Röntgen had mooie cijfers, over het algemeen 5-en, maar er stonden twee onvoldoendes op zijn 3e kwartaalrapport van 1866. De ene was – evenals indertijd in Utrecht - het gevolg van onenigheid met een docent. De andere is een misverstand: hier stond een ?, maar de biografen hebben dit gelezen als een 1. Einsteins rapport was verre van briljant: 3-en en 4-en, en ook een 1, namelijk voor practicum. Hij was erg onhandig; hij is later dan ook theoretisch wiskundige geworden. Zijn vriendin, de Hongaarse Mileva Mariĉ, studeerde ook wiskunde en had iets betere cijfers dan hij. Ze kregen een onecht kind, een meisje, dat ze hebben afgestaan; hij heeft het kindje nooit gezien. Ze zijn daarna getrouwd en kregen toen twee jongens, die ze wel hebben opgevoed. Er wordt beweerd dat Mileva een belangrijke rol heeft gespeeld bij het ontwikkelen van Einsteins relativiteitstheorie.
Verder was er het getuigschrift voor Röntgen van prof. Kundt. Korte tijd later werd Kundt hoogleraar in Straatsburg. In 1874 haalde hij zijn favoriete student Wilhelm daarheen als privaatdocent. Via deze springplank aanvaardde Röntgen een jaar later als 31-jarige het eerste van zijn vele hoogleraarschappen wis- en natuurkunde in Hohenheim (bij Stuttgart). De Apeldoornsche Courant vermeldde dit op 17 april 1875 als een belangrijk bericht over ‘onze vroegere dorpsgenoot’.
’s Middags maakten we een rondvaart over het mooie en zonnige Züricher Meer en bekeken sommigen nog een of twee musea op eigen houtje.
’s Avonds hielden we ons jaardiner in ‘Zum Grünen Glas’. Na afloop werden we rondgeleid door de waard, de bet-bet-opvolger van Röntgens schoonvader zullen we maar zeggen. Hij kende het verhaal over de heer Ludwig niet en was daar enthousiast over. Het pand is een ‘Zunfthaus’, oftewel gildehuis. Ook in 1866 was het dit al. Later zijn de beroepsgilden naar elders vertrokken, maar de regionale en lokale bestuursgilden en politieke gilden vergaderen er nog maandelijks. De waard, Andreas Marti, liet ons de muur met alle gilde- en familiewapens zien, de vergaderzaal met de prachtige glas-in-lood ramen, de mooie tafel, stoelen en de enorme voorzittersstoel.
Op vrijdag reisden we met de trein van Zürich naar Bern vanwege het recente Einstein-jaar (2003). In de trein vergaderde de Historische Commissie over de voorgenomen oprichting van een Historisch Genootschap Radiologie. In Bern wandelden we door de prachtige binnenstad naar het huis waar Einstein na zijn studie woonde met zijn vrouw en twee zoons. Hij had een baantje bemachtigd als deskundige bij het beoordelen van uitvindingen bij een octrooibureau. Op deze wijze kon hij zijn gezin onderhouden en had hij voldoende vrije tijd om zelf wetenschappelijk werk te verrichten. Zijn woning lag ‘Bim Zytglogge’ (‘Bij de tijdklok’) aan een brede hoofdstraat dichtbij een poort met toren, waarin een uurwerk met beeldengroep is geplaatst. Hij woonde eenvoudig op twee bovenetages, bereikbaar via een smalle steile trap. Hij deelde de badkamer met de buren. Sensationeel in dit appartementje is de ‘Stehpult’, de lezenaar, waaraan hij staande rond 1903 vijf artikelen geschreven heeft, die later beroemd zijn geworden en de natuurkunde op zijn kop hebben gezet: de ‘annus mirabilis’.
Vervolgens wandelden we langs de mooie Federatieve regeringsgebouwen aan de oever van de rivier over de hoge brug naar het Historisch Museum Bern, ook Einstein-museum genaamd. We genoten hier van de prachtige tentoonstelling over Einsteins leven en ook van een tijdelijke tentoonstelling over de Kelten, die in de Romeinse tijd al over heel Europa uitgezwermd waren tot ver in Azië en India.
Na terugkeer vergaderden we ’s avonds weer verder in de Weinschenke in het keldergewelf onder ons hotel. Deze kelder is nog ouder dan ons hotel, namelijk uit 1599.
Tijden deze vergadering werden de volgende uitgangspunten geformuleerd voor het Historisch Genootschap:
- Centraal staat de geschiedenis van de radiologie, zowel passief (bezoek van bijeenkomsten en musea) als actief (zelf doen van geschiedkundig onderzoek, publicaties en voordrachten).
- Er zal een goede samenwerking zijn met de geschiedkundige verenigingen van andere medische disciplines en er zal over en weer bezoek plaatsvinden aan elkaars bijeenkomsten.
- Bovenstaande geldt ook voor buitenlandse verenigingen en musea met eenzelfde signatuur.
- Het lidmaatschap van het Historisch Genootschap voor Radiologie zal toegankelijk zijn voor allen met belangstelling voor de geschiedenis van de radiologie.
- De Historische Commissie zal de oprichting van dit Historisch Genootschap verkondigen binnen de NVvR en bij andere verenigingen, zoals Radiotherapie, Radiologisch Laboranten, Klinische Fysica en Radiobiologie.
- Volgend jaar zal – samen met alle belangstellenden - de verdere brainstorming plaatsvinden, een reglement worden opgesteld en een bestuur worden gevormd.
In het weekend reisden de leden van de Historische Commissie terug naar huis, om enkele dagen later weer de Radiologendagen in de RAI te Amsterdam bij te wonen, alwaar ze twee sessies met lezingen over de geschiedenis van de radiologie verzorgden. Zie het verslag elders in deze MemoRad.
Dr. C.J.L.R. Vellenga
Namens de Historische Commissie
- ma 28 december 2009 11:03
