Reglement subcommissie examen en regeling examen
REGLEMENT SUBCOMMISSIE EXAMEN EN REGELING EXAMEN
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In dit reglement en in deze regeling wordt verstaan onder:
Opleidingseisen: De opleidingseisen voor het specialisme Radiologie, als vastgesteld door het Centraal College Medisch Specialisten
Assistent-geneeskundige: De arts, ingeschreven bij de Medisch Specialisten Registratie Commissie (MSRC), als zijnde in opleiding voor het specialisme Radiologie.
Examen radiologie: Het examen Radiologie omvat alle voortgangstoetsen gedurende de hele opleidingsperiode.
Voortgangstoets: Een schriftelijke test over alle deelgebieden van de radiologie.
Certificaat Radiologie: Het certificaat dat door de NVvR wordt uitgereikt, indien alle voortgangstoetsen gedurende de opleiding zijn afgelegd. Het behaalde resultaat van de individuele voortgangstoetsen wordt vermeld op het certificaat.
Waar hierna >hij= of >zijn= wordt gebruikt wordt ook >zij= of >haar= bedoeld.
Artikel 2 Reglement Subcommissie Examen
1 Instelling
Door de Onderwijscommissie van de NVvR is 7-2-95 een Werkgroep Examen ingesteld. Op 02-10-2000 is de Werkgroep overgegaan in een Subcommissie Examen van de Onderwijscommissie
2 Samenstelling
De subcommissie bestaat uit minimaal vijf leden, aangewezen door de Onderwijscommissie. De voorzitter van de subcommissie is tevens lid van de Onderwijscommissie.
De voorzitter van de subcommissie wordt door de Onderwijscommissie in functie benoemd; de subcommissie kiest uit haar midden een secretaris/rentmeester.
De benoeming geldt voor een periode van vier jaren; onmiddellijke herbenoeming is éénmaal mogelijk.
3 Taken
Het voorbereiden, organiseren en (doen) uitvoeren van de voortgangstoetsen,waaronder tevens wordt verstaan:
- het vaststellen en bekendmaken van de data;
- het opstellen van de examenvragen, het (doen) beoordelen van de antwoorden en het ter kennis van betrokkenen brengen van de resultaten;
- het behandelen van bezwaarschriften tegen de uitslag van de voortgangstoetsen, en
- het evalueren van de voortgangstoetsen en van de gang van zaken in de praktijk, en het (jaarlijks) opstellen van een evaluatieverslag ten behoeve van Onderwijscommissie en bestuur NVvR.
NB-1 De te toetsen stof wordt door de Subcommissie Examen in nauw overleg met de leden-cursusleiders van de Onderwijscommissie vastgesteld.
NB-2 Het secretariaat van de subcommissie wordt gevoerd door het secretariaat van de Onderwijscommissie.
Het examenreglement
Artikel 3 Het examen
De assistent-geneeskundige is volgens de opleidingseisen verplicht gedurende de opleidingaan alle voortgangstoetsen deel te nemen. De beoordeling van de toets wordt vastgelegd met behulp van een percentiel.
Voor de registratie bij de MSRC kan de assistent-geneeskundige bij het secretariaat van de Onderwijscommissie een bewijs van deelname aan de respectievelijke voortgangstoetsen verkrijgen.
De voortgangstoetsen worden tweemaal per jaar afgelegd.
Indien aan alle voortgangstoetsen gedurende de opleiding is deelgenomen, wordt door het bestuur NVvR aan de assistent-geneeskundige een certificaat Radiologie met hierop aangegeven de behaalde percentielen uitgereikt.
Artikel 4 De voortgangstoets
1. De Subcommissie Examen stelt de uitslag van de voortgangstoets vast aan de hand van percentielen. De examinandus krijgt bericht op welke percentiel hij zich geplaatst heeft. Aan het einde van de opleiding ontvangt hij een certificaat waarop het behaalde resultaat van de voortgangstoetsen waaraan hij heeft deelgenomen staat vermeld.
2. De uitslag van een voortgangstoets wordt binnen 10 weken aan de geëxamineerde en
zijn opleider schriftelijk medegedeeld.
Indien de toetsuitslagen daartoe aanleiding geven kan de Subcommissie Examen besluiten vragen buiten beschouwing te laten.
Artikel 5 Toegang tot voortgangstoetsen en verzuim
1. Alle assistenten zijn verplicht deel te nemen aan elke voortgangstoets. Zij ontvangen uiterlijk 6 weken voor iedere voortgangstoets van het secretariaat van de Onderwijscommissie via de opleider inschrijfformulieren en machtigingskaarten. Hiermee dient de assistent-geneeskundige zich bij het secretariaat van de Onderwijscommissie in te schrijven voor het examen. Per opleidingsinstituut worden alle inschrijfformulieren en machtigingen door de opleider verzameld en verstuurd aan het secretariaat van de Onderwijscommissie. Inschrijving vindt plaats wanneer het examengeld door het secretariaat via eenmalige machtiging is geïncasseerd. Inschrijving dient binnen 3 weken na verzending van de uitnodiging tot deelname plaats te vinden.
2. Bij voorziene afwezigheid is de assistent verplicht vooraf dispensatie aan te vragen. Dit verzoek –geparafeerd door de opleider – wordt gericht aan de voorzitter van de Subcommissie Examen met een kopie aan het Concilium via het secretariaat van de Onderwijscommissie.
3. Bij onvoorziene afwezigheid is de assistent verplicht achteraf dispensatie aan te vragen. Dit verzoek –geparafeerd door de opleider – wordt gericht aan de voorzitter van de Subcommissie Examen met een kopie aan het Concilium via het secretariaat van de Onderwijscommissie.
4. In geval van afwezigheid zonder dispensatie zal de assistent worden opgeroepen voor een onderhoud met een afvaardiging van de Subcommissie Examen en het Concilium. Een mondeling examen kan deel uitmaken van dit onderhoud, terwijl ook de opleider nog apart geïnformeerd zal worden.
5. Het examen staat ook open voor Radiologen.
Artikel 6 De gang van zaken tijdens de voortgangstoetsen
1. De examinandus is verplicht zich op verzoek van degene(n) die met de leiding bij de afname van de voortgangstoets is/zijn belast te legitimeren middels paspoort of rijbewijs.
2. De examinandus is verplicht tot ten minste 20 minuten na aanvang van de voortgangstoets in de ruimte waar de voortgangstoets wordt afgenomen te blijven.
3. De examinandus die later dan 20 minuten na aanvang van de voortgangstoets verschijnt, is van deelname aan de voortgangstoets die dag uitgesloten. Indien alle examinandi zich nog in de zaal bevinden kan, in geval van overmacht, zulks ter beoordeling van degene(n) die belast is/zijn met het toezicht bij de voortgangstoets, de examinandus tot het examen worden toegelaten.
4. De examinandus dient de aanwijzingen, die door degene(n) die belast is/ zijn met de leiding bij het afnemen van de voortgangstoets, direct voor, tijdens, of onmiddellijk na de voortgangstoets worden gegeven, op te volgen.
5. Degene(n) die belast is/zijn met de leiding tijdens de voortgangstoets maakt/maken een verslag betreffende de gang van zaken tijdens de voortgangstoets, onder meer inhoudende een presentielijst van de examinandi.
6. Ingeval van (vermeende) fraude maken degene(n) die belast is/zijn met de leiding bij de afname van de voortgangstoets, hiervan een notitie in het in het vorige lid bedoelde verslag. De Subcommissie Examen beslist achteraf over het al dan niet geldig verklaren van de voortgangstoets, gehoord de examinandus en degene(n) die belast is/zijn met de leiding bij de afname van de voortgangstoets.
Artikel 7 Inzagerecht
Binnen twee weken nadat de uitslag van de voortgangstoets te zijner kennis is gebracht, kan de geëxamineerde de Subcommissie Examen via het secretariaat van de Onderwijscommissie schriftelijk verzoeken hem in de gelegenheid te stellen de door hem beantwoorde voortgangstoetsvragen te vergelijken met de juist geachte antwoorden.
Binnen twee weken na ontvangst van een dergelijk verzoek voldoet de Subcommissie hieraan, door het gelegenheid geven tot inzage op een door haar aan te geven plaats, datum en tijdstip.
Artikel 8 Bezwaar tegen uitslag
1. Indien de geëxamineerde bezwaar heeft tegen de uitslag van een voortgangstoets, kan hij binnen vier weken nadat de uitslag te zijner kennis is gebracht een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de voorzitter van de Subcommissie Examen, via het secretariaat van de Onderwijscommissie. Bezwaarschriften die na die termijn worden ontvangen, worden niet-ontvankelijk verklaard. Hierover ontvangt de indiener van het bezwaarschrift schriftelijk bericht.
2. De behandeling van het bezwaar vindt in beginsel plaats binnen twee maanden na ontvangst van het bezwaarschrift. Bij deze behandeling dienen ten minste twee leden van de subcommissie aanwezig te zijn. De geëxamineerde kan in de gelegenheid worden gesteld tijdens deze behandeling te worden gehoord.
3. De subcommissie neemt kennis van de antwoorden van de geëxamineerde op de vragen van de betreffende voortgangstoets en beoordeelt naar redelijkheid en billijkheid de schriftelijk ingediende en eventueel nader toegelichte bezwaren van de geëxamineerde.
4. De subcommissie beslist bij meerderheid van stemmen op het bezwaarschrift. Indien zij de bezwaren geheel of gedeeltelijk toewijst, kan zij de uitslag van de voortgangstoets herzien. Deze herziening kan voor de andere deelnemers aan het betreffende voortgangstoets nimmer leiden tot een slechtere uitslag. Indien bij de stemming betreffende de beslissing op het bezwaarschrift resp. betreffende de herziening van de voortgangstoetsuitslag de stemmen staken, wordt geacht beslist te zijn in het voordeel van de geëxamineerde.
5. Binnen 14 dagen na de beslissing op het bezwaarschrift en na een eventueel besluit over een herziening van de voortgangstoetsuitslag, ontvangen de betreffende assistent-geneeskundige en zijn opleider hierover gemotiveerd bericht.
Artikel 9 De opleider
1. De opleider stimuleert deelname aan en voorbereiding van de toets.
2. De opleider stimuleert een opleidingssfeer waarin bespreking van de uitslagen in breder verband mogelijk is.
Artikel 10 Slotbepaling
In gevallen waarin dit reglement en deze regeling niet voorzien, of wanneer er kennelijk sprake is van tegenstrijdigheid van bepalingen, dan wel in geval van geschil over de uitleg en toepassing ervan, wordt beslist door het bestuur NVvR, gehoord betrokkenen.
Goedgekeurd op de Algemene Vergadering d.d. 13-02-2003

