Voortgangstoets in beeld
Interview met dr. G.L. Guit, opleider in het Kennemer Gasthuis te Haarlem

Dr. G.L. Guit volgde van 1 januari 1983 tot 1 januari 1987 zijn opleiding in het Academisch Ziekenhuis Leiden (nu LUMC) bij prof.dr. A.E. van Voorthuisen. Vanaf 1990 is hij werkzaam als radioloog in het Kennemer Gasthuis in Haarlem; sinds 1991 ook als opleider.
AIOS arts in opleiding tot specialist
DD differentiaaldiagnose
MC medisch centrum
LUMC Leids Universitair Medisch Centrum
UMCU Universitair Medisch Centrum Utrecht
VGT voortgangstoets
Sinds 2003 is de voortgangstoets een halfjaarlijks terugkerende happening en inmiddels een fenomeen in radiologisch Nederland. Niet alleen de aios hebben de toetsdatum in hun geheugen gegrift staan, ook de opleidende radiologen wachten met nieuwsgierigheid de resultaten van hun aios af. De examencommissie wil in gesprek gaan met opleiders over hun visie op de voortgangstoets (VGT). De resultaten van de VGT zijn op het niveau van zowel de aios als de opleidingscentra strikt anoniem, ook voor de leden van de examencommissie.
Ten behoeve van dit interview zijn de vier opleidingen met de hoogst scorende aios-groep tijdens de VGT van oktober 2009 door het statistisch bureau bekendgemaakt: op een gedeelde derde plaats stonden het Albert Schweitzer Ziekenhuis te Dordrecht en het HagaZiekenhuis in Den Haag, en op de tweede plaats stond het MC Haaglanden in Den Haag. De opleider van wie de aios-groep tijdens de afgelopen VGT het hoogste scoorde, dr. G.L. Guit, opleider in het Kennemer Gasthuis te Haarlem, werd geïnterviewd over zijn visie op opleiden en toetsing.
Was er in uw tijd een toets voor assistenten?
Eén à twee keer per jaar was er op vrijdagochtend in een collegezaal in Utrecht een toets over vijf van de tien orgaangebieden. Aan de hand van dia’s van een radiologisch onderzoek moest je dan vragen beantwoorden. Deze toetsen waren facultatief, en lang niet alle assistenten deden mee. Ikzelf vond het een zinnige manier van toetsen. Maar ook over deze toetsen werd veel geklaagd: “Ik zat helemaal achterin en kon het niet goed zien.” Verder werd er vooral aan de lichtkast getoetst en tijdens het Heilig Uur. Je werd dan ondervraagd en kreeg opdrachten om bepaalde onderwerpen verder uit te zoeken. Dat ging er wel wat minder soft aan toe dan tegenwoordig. Maar dat was dan ook wel weer een goede stimulans voor iedereen om de volgende keer beter je best te doen.
Sinds wanneer bent u opleider? En wat trok u aan in het opleidersvak?
In 1990 kwam ik in het Kennemer Gasthuis te werken en werd toen ook vrijwel meteen opleider (1991). Ik was altijd al geïnteresseerd in het overbrengen van kennis en hoe je dat effectief kunt doen. Bovendien was ik wetenschappelijk geïnteresseerd en gepromoveerd, iets wat anderen belangrijk vonden voor een opleider.
Wat zijn volgens u de belangrijkste taken van een opleider?
Zorgen voor een goede supervisiestructuur en feedback, en natuurlijk een stimulerend en veilig opleidingsklimaat. Belangrijk is dus dat een aios weet welk staflid verantwoordelijk is voor de supervisie en daar ook direct op kan worden aangesproken. Een aios mag fouten maken; daar wordt open over gecommuniceerd en van geleerd. Als opleider moet je continu het opleidingsklimaat bewaken en zo nodig bijsturen; verder dien je aandacht te geven aan de opleidingsgroep en deze te stimuleren om als een homogene groep te functioneren. Dit is soms best lastig, en er gaat veel energie in zitten. Daarnaast is het bewaken van het opleidingsschema van de aios en het monitoren van de beoordelingen een belangrijke taak.
Wat zijn volgens u kenmerken van een goede opleider?
Enthousiasme uitstralen voor het vak! Onderscheid kunnen maken tussen hoofd- en bijzaken en het positief kunnen omgaan met kritiek, zijn enkele kenmerken van een goede opleider.
Wat is volgens u de functie van voortgangstoetsing in de specialistenopleidingen? En in hoeverre en op welke punten voldoet de huidige voortgangstoets (VGT) aan dat doel?
Ik ben van mening dat voortgangstoetsen je een goed beeld kunnen geven over hoe je kennis zich ontwikkelt. Verder stimuleert het om te herhalen, omdat altijd alles weer terugkomt. Dat is een sterk punt. De huidige VGT voldoet door de herhaling en de breedte van de leerstof aan dit doel. Daarnaast geeft de VGT goede objectieve feedback over je kennisontwikkeling ten opzichte van je peergroep. Het nadeel van de VGT is wel dat je door het brede karakter minder gestimuleerd wordt om één onderwerp eens heel gedetailleerd te bestuderen.
Hoe belangrijk is kennis voor een medisch specialist?
Kennis is heel belangrijk in de specialistenopleiding! Er zijn een aantal pijlers die je maken tot een goed specialist. Een goede theoretische kennis is daar een heel belangrijke van.
In hoeverre en op welke wijze worden de VGT-resultaten op uw afdeling geëvalueerd met de betreffende assistent? Hebt u ervaringen met lagere scores?
Ik zie alle resultaten en ze worden allemaal besproken, zowel met de aios als met de andere radiologen in de opleidingsgroep. Wanneer een aios minder goed gescoord heeft, dan ga ik dit eerst correleren met mijn eigen beeld (en dat van het opleidingsteam) van het kennisniveau van de aios in de praktijk. Is er een discrepantie, dan ga ik het gesprek met de aios anders in dan wanneer ik zelf ook al vond dat die aios eens ‘n keer flink de boeken in moet. In het eerste geval zoeken we samen naar een reden waarom de kennis er niet uit komt tijdens de VGT. Soms ligt bijvoorbeeld de ‘ja/nee/weet niet’-toetsvorm de aios niet.
In het tweede geval, als je gesteund wordt in je eigen mening, dan is een dergelijk objectief toetsresultaat een fijn en gemakkelijk bewijsstuk in je gesprek en eisen richting die aios.
In hoeverre en op welke punten is naar uw mening de score op de voortgangstoets een afspiegeling van het functioneren van assistenten op de werkvloer?
In mijn ervaring correleert het goed met twee dingen: kennis en inzet. Een aios die veel in de praktijk weet en een goede DD kan opstellen scoort ook vaak goed op de VGT. Dat geldt ook voor de aios die er echt voor gaan en net dat beetje extra inzet tonen. Die zeggen bijvoorbeeld bij de bespreking van een thoraxfoto, “er zit daar een ronde stip, wat onscherp begrensd met uitlopertjes, zal waarschijnlijk wel kanker zijn, maar deze ziekten moeten we ook nog in de DD betrekken”, in plaats van “er zit daar een ronde stip, het zal wel kanker zijn”.
Hecht u belang aan de groepsscore van uw assistentengroep t.o.v. van andere opleidingscentra?
Als we goed scoren geeft me dat een goed gevoel. Zo gaan we bijvoorbeeld nu met alle aios en stafleden uit eten om het mooie resultaat te vieren. Als je een goed scorende groep hebt, en dan maakt het natuurlijk niet uit of je derde of vierde wordt, dan betekent dat naar mijn mening dat er een klimaat heerst waarin kennisverwerving plaatsvindt en gestimuleerd wordt. Verder is het één van de weinige dingen waarbij je als opleiding objectief getoetst wordt. Als ik slecht zou scoren zou ik wel bij mezelf gaan nadenken of we wel goed bezig zijn als opleiding.
Wat is volgens u de reden dat uw assistentengroep hoog scoort?
Ik denk dat dit te maken heeft met twee dingen. In eerste instantie met de manier waarop wij aios selecteren. Ik vind het belangrijk dat er goede mensen de radiologie instromen. Het is een prachtig vak, waarbij er een heleboel van je wordt gevraagd om het goed te kunnen doen. Misschien zelfs wel meer dan bij veel andere klinische vakken. Je moet verstand hebben van de techniek achter de beeldvorming, goede theoretische kennis hebben, een hoog analytisch vermogen hebben, handig zijn en goed met patiënten kunnen omgaan. Wij steken daarom veel energie in de selectie van aios, en daarbij zijn een goede intellectuele bagage en enthousiasme de belangrijkste criteria. Ik kijk altijd naar middelbareschoolcijfers, of iemand cum laude het doctoraal heeft behaald of hij/zij de geneeskundeopleiding met een beetje snelheid heeft doorlopen, en of ze nog wat extra’s gedaan hebben tijdens hun opleiding.
Ten tweede denk ik dat de goede score te maken heeft met het klimaat op de afdeling. Ik denk dat wanneer er een positief stimulerende sfeer in een opleiding heerst, dit de verwerving van allerlei competenties, inclusief kennis, stimuleert. Op onze afdeling is er zo’n positief klimaat.
Motiveert u uw assistenten om te studeren? Zo ja, op welke wijze? Volgen uw assistenten (blok)onderwijs?
Jazeker. Zowel tijdens het bespreken van onderzoeken en ook tijdens het Heilig Uur krijgen onze aios opdrachten om dingen op te zoeken, die we dan een aantal dagen later gaan bespreken. Aan het begin van een stage geven we ook aan dat ze een bepaald leerboek moeten doornemen. Daarnaast weten ze ook dat wij verwachten dat ze goed scoren tijdens de VGT. Dit heeft natuurlijk een stimulerend effect! Een aantal jaren geleden zijn wij ook aangesloten bij het blokonderwijs van de regio AMC en UMCU. Hier krijgen de aios ook studiedagen voor.
Wordt er naar uw mening voor de VGT gestudeerd? En zo ja, op wat voor manier? Wat voor belang hechten uw assistenten volgens u aan de resultaten van de voortgangstoets?
Er wordt zeker voor gestudeerd. Er zijn duizenden ziektes die je vrijwel nooit ziet in de praktijk en die moet je dus gewoon leren aan de hand van leerboeken. Ze willen goed voor de dag komen; dus wordt ook de techniek van vragen geoefend (ja/nee/weet niet-vragen). Ze oefenen dus ook oude VGT-vragen met elkaar. Dit doen ze dan een aantal keren tijdens de lunch, twee tot drie weken voor een VGT. Hier leren ze ook inhoudelijk weer veel van. Ik ben zelf niet bij deze oefensessies aanwezig, maar wel komen ze soms met vragen. Of de aios zelf nog diepere gedachten bij het nut van leren voor de voortgangstoets hebben, weet ik niet. Ik denk dat ze goed presteren op de voortgangstoets gewoon zien als iets wat bij de opleiding hoort, net als goed presteren tijdens de dagelijkse werkzaamheden.
Welke adviezen zou u andere opleiders geven om de VGT-resultaten van hun assistenten te verbeteren?
Ik voel me niet in de positie om andere opleiders adviezen te geven. Alle opleiders zijn goed in staat om te analyseren waarom het in hun opleiding wel of juist niet werkt. Daarbij zijn er veel verschillende factoren in het spel die hier invloed op hebben en die verschillen, denk ik, sterk per opleiding.
Als u het helemaal voor het zeggen zou hebben, wat zou u dan aan de opleiding radiologie willen veranderen?
Er is al veel veranderd de afgelopen tijd. Zo zijn we van techniekgericht naar orgaangericht gegaan. En hoewel dit praktisch en logistiek een veelomvattende verandering is geweest voor veel afdelingen, vind ik het een goede ontwikkeling. Op deze manier lever je straks radiologen af die een goede gesprekspartner zijn voor een orgaanspecialist. Ook competentiegericht opleiden vind ik een goede ontwikkeling. Daarmee bepaal je wat radiologen aan het eind van hun opleiding moeten weten en kunnen en dwing je ze dat ook goed vast te leggen. Ik vind wel dat er wel erg in detail wordt getreden over hoe je dat niveau moet bereiken. Persoonlijk vind ik het de taak van de opleider om in zijn situatie en met zijn opleidingsgroep per aios te bekijken hoe je dat niveau bereikt. De ene aios is de andere niet; wat voor de één werkt, werkt misschien niet voor de ander.
Wat zou u aan de toetsing in de radiologieopleiding willen veranderen? Zou u bijvoorbeeld nog andere toetsen willen introduceren? Zo ja, wat voor toetsen en waarom?
Het mooiste zou zijn als er een soort hybride van voortgangstoetsing en deelgebiedtoetsen komt. Bij voortgangstoetsing heb je het voordeel van herhaling van de hele breedte van het vak. Bij deelgebiedtoetsen word je gedwongen om een onderwerp systematisch en meer in detail door te nemen. Mijn idee is dat deze orgaangerichte toetsen meer passen aan het eind van de opleiding, zodat ze ook voor de certificering in de differentiatiegebieden ingezet kunnen worden.
Cécile Ravesloot
aios UMCU
- zo 25 april 2010 16:40

