Voeg toe aan favorieten Print

Examen Kinderradiologie 2001

Sommige vragen worden vooraf gegaan door een cursief gedrukt gedeelte. Dit is een inleiding op de daaropvolgende vraag en dient beschouwd te worden als zijnde juist.

1. Als gevolg van fysiologische pulmonale hypertensie kan het enkele dagen tot weken duren voordat een potentiële links-rechtsshunt klinisch manifest wordt.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 207

2. Een zogenaamd “reversed S sign” bij het barium onderzoek van de oesophagus duidt op het bestaan van een rechts descenderende aorta.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 319

3. Bij een neonaat is een echogeniteit van de nierschors, gelijk aan die van de lever, een normale bevinding.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 565

4. Bilaterale hypoplasie van de longen is een kenmerk van het syndroom van Potter.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 570

5. Bij graad 3 vesico-ureterale reflux is o.a. sprake van tortuositas van de ureter.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 582

6. Het recessieve infantiele type polycystic kidney disease kenmerkt zich door vergrote echorijke nieren.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 590

7. Een palpabel ruimte innemend proces in de bovenbuik bij een kind van een week oud is meer waarschijnlijk een multicysteuze nier dan een Wilms tumor.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 595

8. Een kenmerk van de multicysteuze nier is dat vrijwel al het nierweefsel tussen de cysten ontbreekt.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 596

9. Een Wilmstumor metastaseert bij voorkeur naar het skelet.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 601

10. In geval van een ectopische ureter bij een dubbelsysteem draineert die ectopische ureter in meerderheid der gevallen het onderste segment van de nier.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 610

11. Een kenmerk van primaire mega-ureter is een distaal aperistaltisch segment.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 613

12. Het zogenaamde divertikel van Hutch is een restant van de urachus.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 618

14. Calcificaties komen vaker voor in een Wilms tumor dan in een neuroblastoom.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 602 en 605

15. Het neuroblastoom metastaseert bij voorkeur naar de longen.
A.juist B.Onjuist Sw. Pag. 666

17. Bij de bepaling van de skeletleeftijd op de röntgenopname van de hand is de ontwikkeling van de epiphysen van metacarpalia en phalangen belangrijker dan van de carpalia.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 678

18. Heupdysplasie komt vaker voor bij kinderen die zijn geboren in stuitligging.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 690

19. Congenitale infantiele coxa vara zijn een vorm van proximale focale femurdeficiëntie.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 685

20. Een kenmerk van klompvoet (talipes equinovarus) is een vergrote hoek tussen talus en calcaneus op de AP opname van de voet.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 705

21. Een van de kenmerken van Blount’s disease is haakvorming aan de mediale tibiametafyse.
A.Juist B.Onjuist Sw.pag. 707

22. Een epifysair-metafysaire fractuur bij jonge kinderen is verdacht voor battered child syndrome.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 717

23. Een osteochondritis dissecans komt vaker voor in de laterale dan in de mediale femurcondyl.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 736

24. Op de kinderleeftijd komen osteomyelitis en arthritis gewoonlijk samen voor.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 741

25. Eén van de vroege kenmerken van M. Perthes is hydrops van het heupgewricht.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 759

26. Een kind vertoont bilaterale, asymmetrisch verlopende fragmentatie van de femurkoppen. Dit past meer bij M. Perthes dan bij epifysaire dysplasie.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag 759

27. Een van de mogelijke gevolgen van hypothyreoidie is epifysaire dysgenesie.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 764

28. Een voortijdige sluiting van de sutura sagittalis resulteert in een schedel die abnormaal kort en breed is.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 907

29.Een graad 2 intracraniële bloeding bij een prematuur kind is beperkt tot de caudothalamische groeve.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 960

30.Diastematomyelie is geassocieerd met Arnold Chiari malformatie.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 1037

31.Meningoceles komen vaker cervicaal dan lumbosacraal voor.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 1035

32.Een zogenaamde “vertebra plana” is kenmerkend voor Histiocytosis X.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 1047

33.Een van de meest frequente bevindingen bij osteomyelitis van de wervelkolom is discusversmalling.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 1045

34. Bij een kind met rugklachten wordt een expansief groeiend, lytisch proces gezien in twee aangrenzende wervels. Het MRI onderzoek van de laesie toont een bloed-vloeistofspiegel. De meest waarschijnlijke diagnose is een aneurysmatische botcyste.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 1048

35.Het presacraal teratoom komt vaker bij jongens dan bij meisjes voor.
A.Juist B.Onjuist Sw. Pag. 1049

36.Diafragma excursies zijn bij kinderen minder dan bij volwassenen.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 1

37. Tijdens inspiratie wordt de trachea bij kinderen wijder dan tijdens expiratie.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 3

38. Een luchtbronchogram past niet in het beeld van een IRDS.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 30

39. Een neonatale pneumonie kan veel lijken op IRDS.
Dit geldt met name voor virale infecties.
A. Juist B. onjuist Sw. pag. 44

40. Bronchopulmonale dysplasie is een congenitale aandoening.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 50

41. Een hydramnion is geassocieerd met de ontwikkeling van longhypoplasie.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 56

42.Hernia diafragmatica door het foramen van Morgagni komt minder vaak voor dan door het foramen van Bochdalek.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag.68

43.De positie van de thymus is van belang bij het onderscheid tussen pneumothorax en pneumomediastinum.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 78

44.Congenitale cyst-adenomatoïde malformatie is echografisch zowel pre- als postnataal te diagnostiseren.
A. Juist B. onjuist Sw. pag. 85

45. Longsequesters komen vaker in de bovenkwabben voor dan in de onderkwabben.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 87

46. Congenitaal lobair emfyseem komt zelden voor in meer dan één kwab.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 91

48. Bronchusatresie wordt gekenmerkt door hyperlucentie.
Dit wordt verklaard door collaterale ventilatie.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 102

49. Bacteriële longinfecties worden vaker door streptococcen dan staphylococcen veroorzaakt.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 109

50. Een empyeem bij kinderen moet vrijwel altijd gedraineerd worden.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 111

51. Bij kinderen jonger dan 2 jaar kan hyperinflatie de enige afwijking zijn op een thoraxfoto bij een viraal infect. Adenovirus is dan het meest waarschijnlijk.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 114

52. Longoedeem t.g.v. aspiratie van maagzuur wordt “Mendelson’s syndrome” genoemd.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 128

54. Eénzijdige hyperinflatie rechts past het meest bij corpus alienum aspiratie aan de rechter zijde.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 130

55. Neuspoliepen komen bij kinderen met mucoviscoidosis relatief vaker voor.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 161

56. Bij het evalueren van een weke delen massa in de hals is MRI het onderzoek van eerste keuze.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 169

57. Het hemangioom is de meest voorkomende benigne weke delen massa in de hals bij kinderen.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 171

58. De tonsillen en het adenoïd bereiken maximale afmetingen tussen 1 en 2 jaar.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 172

59. Op een laterale halsfoto wordt een verbreding van de retropharyngeale ruimte gezien.
Een cystisch hygroma is waarschijnlijker dan een mediane halscyste.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 174

60. De piekincidentie van laryngitis ligt op lagere leeftijd dan de piekincidentie van epiglottitis.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 184

61. Verdikking van de plicae ary-epiglotticae is een belangrijke aanwijzing voor epiglottitis.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 184

62. Om de ziekte van Hirschsprung aan te tonen is een goede colon voorbereiding belangrijk.
A. Juist B.Onjuist Sw. pag 352

63. Een para-oesophageale hernia diafragmatica leidt vaker tot klachten dan het sliding type.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 357

64. Bij oesophagusatresie is er in meer dan 50% van de kinderen een verbinding tussen de proximale oesophagus en de trachea.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 366

65. Bij pylorushypertrofie is de meting van de dikte van de spierlaag belangrijker dan de meting van de totale wanddikte.
A. Juist. B. Onjuist Sw. pag. 386

66. De obstructie bij duodenumatresie bevindt zich vaker distaal van de papil van Vater dan proximaal daarvan.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 404

67. Bij een Meckels divertikel is bloeding een complicatie die vaker voorkomt dan perforatie.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 428

68. Een goed uitgevoerd negatief echo-onderzoek sluit een intussusceptie vrijwel uit.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 433

69. Een X b.o.z. heeft beperkte waarde bij de verdenking op necrotizerende enterocolitis.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 470

70. Hypoperfusie van de darmwand is een belangrijke factor bij het ontstaan van necrotizerende enterocolitis.
A. Juist B. Onjuist Sw. pag. 468