Examen Gastroenterologie 2001
Sommige vragen worden voorafgegaan door een cursief gedrukt tekstgedeelte Dit is een inleiding op de daaropvolgende vraag, en dient beschouwd te worden als zijnde juist.
01. Bij een geperforeerde appendicitis wordt vaker vrij lucht gezien dan bij een geperforeerde diverticulitis.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 897
02.Bij een patiënt van 25 jaar worden bij colonoscopie honderden poliepen gevonden. De patiënt lijdt aan het familiaire adenomateuze polyposis syndroom.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 1019
03. Pseudomembraneuze colitis wordt meestal door E. Coli veroorzaakt.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 896
04. Een aberrante rechter arteria subclavia veroorzaakt een impressie in de achterwand van de oesofagus.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 934
05. Hyperplastische maagpoliepen zijn premaligne lesies.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 954
06. Aberrant pancreasweefsel in het antrum van de maag presenteert zich in het merendeel der gevallen als een gesteelde poliep.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 956
07. De meest voorkomende oorzaak van uitgangsobstructie van de maag is een maligniteit.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 961
08.Een van de complicaties van een aortaprothese is een aorto-enterale fistel. De meest voorkomende lokalisatie is het pars horizontale van het duodenum.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 982
09. In de dunne darm worden bij een patiënt multipele hematogene metastasen aangetoond. Op het bariumonderzoek wordt een centrale ulceratie in de lesies gezien. De meest waarschijnlijke primaire tumor is een melanoom.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 997
10. De voorkeurslokalisatie van een Yersinia-infectie in de tractus gastrointestinalis is de linker colonhelft.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 998
11. Anisakiasis loopt men op door het eten van besmet varkensvlees.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 998
12. Een Meckel's divertikel wordt gevonden in 0.5 - 3 % van de bevolking.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 1002
13. Whipple's disease is een andere benaming voor coeliakie.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 1004
14. De muscularis van het colon is opgebouwd uit een circulaire en een longitudinale spierlaag. De longitudinale laag is de buitenste laag van deze twee.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 1009
15. De divertikels van het sigmoid zijn pulsie-divertikels.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 1025
16. Amoebomen in de tractus gastrointestinalis worden in de meerderheid der gevallen aangetroffen in het rectosigmoid.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 1038
17. Mits niet gemetastaseerd op het moment van ontdekking, heeft het peritoneale mesothelioom een goede prognose met een 5-jaarsoverleving van > 90 %.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 1061
18. Castleman's disease wordt gekenmerkt door massale lymfekliervergroting. Een ruime meerderheid van de patiënten heeft een goede prognose.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 1066
19. AIDS-patienten hebben een verhoogde kans op oesofagitis. CMV (cytomegalievirus) is de meest frequente verwekker.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 1082
20. Bij rectale echografie is de submucosa echorijk.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 1015
21. Endometriose van het rectum kenmerkt zich door dikwandige, bolronde, cysteuze structuren in de rectumwand.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 1039
22. Colondivertikels kunnen aanleiding geven tot rectaal bloedverlies. Dit bloedverlies komt in de meerderheid der gevallen klinisch aan het licht door klachten samenhangend met anemie.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 1027
23. Bij de Billroth I operatie wordt de restmaag direct op het duodenum aangesloten.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 963
24. Maagdivertikels geven in de meerderheid der patiënten geen symptomen.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 960
25. Bij het Mallory-Weiss syndroom is de ruptuur dieper dan bij het Boerhaave syndroom.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 928
26. Skip lesions zijn een kenmerk van colitis ulcerosa.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 988
27. De ziekte van Menetrier wordt gekenmerkt door atrofie van het maagslijmvlies.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 952
28. Het Rigler's sign duidt op pneumoperitoneum.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 897
29. De voorkeurslokalisatie van het benigne ulcus ventriculi is de grote curvatuur.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 945
30. De meest voorkomende tumor van de appendix is het carcinoid.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 1043
31. Het solitaire rectum ulcus is het gevolg van een opportunistische infectie.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 1041
32. De voorkeurslokalisatie van M. Behcet van het colon is de ileocecaalstreek.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 1037
34. Het sigmoid is het enige deel van het colon met een mesenterium.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 1009
35. De meest voorkomende maligne tumor in het duodenum is het carcinoom van de papil van Vater.
A. Juist B. Onjuist G&A blz. 978
36. De arteria gastroduodenalis ontspringt meestal direct uit de truncus coeliacus.
A.Juist B. Onjuist G&A blz. 1093
37. Foetale darmobstructie geeft aanleiding tot oligohydramnion.
A.Juist B. Onjuist G&A blz. 1109
38. Bij pasgeborenen is lucht in de blaas een teken van een lage anorectale malformatie.
A.Juist B.Onjuist G&A blz. 1114
39. Voor de diagnose malrotatie van de dunnedarm is een X-maag/duodenum van meer waarde dan een X-colon.
A.Juist B.Onjuist G&A blz. 1116
40. De voorkeurslokalisatie van tuberculose in de tractus gastrointestinalis is de ileocecaal streek.
A.Juist B. Onjuist G&A blz. 997
41. Leversegment 8 volgens Couinaud ligt in de linker leverkwab.
A. Juist B. Onjuist G&A blz.1155
42. In de hilus van de lever is een vertakkende luchtfiguur zichtbaar op een buikoverzichtsopname. Dit beeld past beter bij lucht in de galwegen dan bij lucht in het portale systeem.
A.Juist B.Onjuist G&A blz. 1159
43. Het merendeel van de capillaire hemangiomen in de lever geeft bij Doppler onderzoek een duidelijk signaal.
A.Juist B. Onjuist G&A blz. 1161
44. Bij het merendeel van de patiënten met acute hepatitis is de lever echografisch normaal.
A. Juist B.Onjuist G&A blz. 1162
45. Vettige infiltratie van de lever is op CT na intraveneuze contrasttoediening beter zichtbaar dan op een blanco CT-scan.
A.Juist B. Onjuist G&A blz. 1165
46. Het merendeel van de hepatocellulaire carcinomen komt multifocaal voor.
A.Juist B.Onjuist G&A blz. 1168
47. Bij de fibrolamellaire variant van hepatocellulair carcinoom worden op CT vaker centrale verkalkingen gezien dan bij het reguliere hepatocellulair carcinoom.
A.Juist B.Onjuist G&A blz. 1169
48. Het CT-beeld van een amoebenabces is niet te onderscheiden van het CT-beeld van een banaal leverabces.
A.Juist B.Onjuist G&A blz. 1170
49. Focale nodulaire hyperplasie van de lever toont op een T2 -gewogen MRI een hogere signaalintensiteit dan het omringende leverweefsel.
A.Juist B.Onjuist G&A blz. 1176
50. Hemochromatose kan in de lever leiden tot uitgebreide ijzerneerslagen. Bij een dergelijke afwijking is de lever op T2-gewogen pulssequenties laag van signaal.
A.Juist B.Onjuist G&A blz. 1177
51. Bij het Budd-Chiari syndroom wordt de lobus caudatus vaak gespaard. Dit is een gevolg van de aparte arteriële vaatvoorziening van de lobus caudatus.
A.Juist B.Onjuist G&A blz. 1193
52. Minder dan 10% van de galstenen is radio-opaque op het X-BOZ.
A.Juist B.Onjuist G&A blz. 1205
53. De ductus choledochus verloopt mediodorsaal van de vena portae.
A.Juist B.Onjuist G&A blz. 1215
54. De drie meest voorkomende typen galstenen zijn cholesterol stenen, pigmentstenen en gemengde stenen. Galstenen van het gemengde type zijn meestal "gefacetteerd".
A.Juist B.Onjuist G&A blz. 1222
55. ERCP is een betere beeldvormende modaliteit dan echografie om de diagnose primair scleroserende cholangitis te stellen.
A.Juist B.Onjuist G&A blz. 1229
56. Lymfoomlocalisaties in de milt zijn meestal echorijk.
A.Juist B.Onjuist G&A blz. 2581
57. Percutane drainage is de behandeling van eerste keuze bij een amoebenabces van de lever.
A.Juist B.Onjuist G&A blz. 1246
58. Bij een goede portale circulatie heeft afsluiting van leverarteriën een betrekkelijk klein risico op verlies van leverfunctie.
A Juist B.Onjuist G&A blz. 1246
59. De belangrijkste indicatie voor een TIPS procedure is vermindering van ascites bij chronisch leverlijden.
A.Juist B. Onjuist G&A blz. 1254
60. De meest voorkomende vasculaire complicatie bij levertransplantatie is trombose van de arteria hepatica.
A.Juist B.Onjuist G&A blz. 1263
61. De aankleuring van de pancreas op CT is maximaal in de veneuze fase.
A.Juist B. Onjuist G&A blz. 1272
62. De meest voorkomende pancreasafwijking bij de ziekte van Von Hippel-Lindau bestaat uit multipele haemangioblastomen.
A.Juist B. Onjuist G&A blz. 1274
63. Bij acute pancreatitis kunnen pseudocysten ontstaan. Tenminste 50% van de pseudocysten verdwijnt spontaan.
A. Juist B.Onjuist G&A blz.1277
64. De 5-jaars overleving van patiënten met een resectabel adenocarcinoom van de pancreas is ongeveer 40%.
A.Juist B. Onjuist G&A blz. 1283
65. Het aantal cysten is bij sereuze cystadenomen van de pancreas meestal hoger dan bij mucineuze cystadenomen.
A.Juist B. Onjuist G&A blz. 1283
66. "Nonfunctioning islet-cell tumours" van de pancreas tonen in het merendeel van de gevallen verkalkingen op CT scan.
A.Juist B.Onjuist G&A blz. 1285
67. Insulinomen kleuren op CT na intraveneuze contrasttoediening slechts in geringe mate aan.
A.Juist B.Onjuist G&A blz. 1314
68. Gastrointestinale carcinoïden komen het meest frequent voor in de appendix.
A.Juist B.Onjuist G&A blz. 1315
69. Met behulp van MR-chemical shift pulssequenties is onderscheid te maken tussen adenomen en metastasen van de bijnier.
A.Juist B.Onjuist G&A blz. 1318
70. Echorijke levermetastasen van colorectale tumoren kunnen echografisch soms moeilijk onderscheiden worden van hemangiomen. Doppler onderzoek is niet behulpzaam om het onderscheid te maken.
A.Juist B.Onjuist G&A blz. 2596

