Hoofd-Hals najaar 2000
Sommige vragen worden voorafgegaan door een cursief gedrukt tekstgedeelte. Dit is een inleiding op de daaropvolgende vraag, en mag altijd beschouwd worden als zijnde juist.
1. De stapes voetplaat bevindt zich in het ronde venster.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 6
2. Het afdalende been van de nervus facialis ligt lateraal van de fossa jugularis.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 10
3. De nervus facialis verloopt in het cavum tympani caudaal van het ovale venster.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 12
4. Op een T1 gewogen opname zonder Gadolinium van het os petrosum wordt een signaalrijke rotsbeenpunt gezien.
Vethoudend normaal beenmerg in de rotsbeenpunt is één van de verklaringen.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 33
5. Voor het vaststellen van de uitbreiding van een glomus jugulare buiten het rotsbeen heeft CT de voorkeur boven MR.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 33
6. De meatus acusticus externus ontwikkelt zich uit de eerste kieuwboog.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 37
7. De gehoorbeentjes worden gevormd uit de embryologische endolymfatische sacculus.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 37
8. Achter een gesloten trommelvlies ziet de KNO arts bij otoscopie een blauwachtige massa.
Een dehiscente bulbus jugularis is een van de diagnostische mogelijkheden.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 53
10. Bij een acute traumatische facialis parese heeft CT de voorkeur boven MR.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 62
11. Een van de oorzaken van een extraduraal abces is een acute mastoiditis.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 67
12. Acute mastoiditis komt vaker voor in een niet gepneumatiseerd mastoid dan in een normaal gepneumatiseerd mastoid.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 67
13. Bij acute toxische of sereuze labyrinthitis laat een MR met Gadolinium aankleuring zien van het labyrinth.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 71
14. Fibreuze obliteratie van het labyrinth als gevolg van chronische labyrinthitis is beter op MR te zien dan op CT.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 71
15. Een maligne otitis externa is een plaveiselcelcarcinoom.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 73
16. Bij een patiënt met chronische otitis media en een postoperatieve status ziet u veel weke delen in het middenoor.
Om te differentiëren tussen vocht en granulatieweefsel heeft MR met contrastmiddel de voorkeur boven CT met contrastmiddel.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 75
17. Een cholesterol granuloom in de rotsbeenpunt is op CT scan te onderscheiden van een congenitaal cholesteatoom.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 82
18. Fistels van de halfcirkelvormige kanalen bij cholesteatoom betreffen in de meerderheid van de gevallen het laterale (of buitenste) halfcirkelvormige kanaal.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 95
19. Bij een congenitaal cholesteatoom komt in de meerderheid van de gevallen een geperforeerd trommelvlies voor.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 95
20. De aquaductus cochlearis loopt van de achterzijde van het os temporale naar het vestibulum.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 10
21. Een onderbreking van de gehoorbeentjesketen leidt tot een conductief gehoorsverlies.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 57
22. Voor het aantonen van boterosie door een cholesteatoom van het tegmen tympani heeft een CT in coronale richting de voorkeur boven een axiale CT scan.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 84
23. Op een CT scan is cholesteatoom te onderscheiden van vocht.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 84
24. Een CT scan van het middenoor toont een weke delen massa en erosie van de incus.
Granulatieweefsel is één van de oorzaken.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 87
25. Een van de oorzaken van een hyperostose van het os petrosum is een meningeoom.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 115
26. Voor het aantonen van een glomus tumor heeft een angiografie de voorkeur boven CT of MR.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 120
27. MRI is het beeldvormend onderzoek van keuze bij verdenking op een tumor in de brughoekregio.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 134
28. Op CT scan is een grote bulbus jugularis aanwezig met erosie van de benige begrenzing.
Een glomus jugulare is een van de differentiaal diagnostische mogelijkheden.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 126
29. Een glomus tumor heeft op een MR zonder contrast een lage signaal intensiteit op T1 gewogen opnamen en een hoge signaalintensiteit op de T2 gewogen opnamen.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 126
30. De mogelijke uitbreiding van een carcinoom van de meatus acusticus externus in de richting van de fossa infratemporalis is beter vast te stellen met MR dan met CT.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 129
31. Een patiënt wordt verdacht van een acusticus neurinoom. Tevens heeft deze patiënt een pacemaker.
CT met contrast evt. aangevuld met een CT luchtcisternografie heeft nu de voorkeur.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 134
32. Op een T1 gewogen MR-opname van de brughoek na contrast is een signaalrijke structuur te zien in de meatus acusticus internus
Op basis van deze informatie alleen is een lipoom een van de differentiaal diagnostische mogelijkheden.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 135
332. Voor het aantonen van otosclerose is een 3D MR techniek met Fourier transformatie, een kleine flip angle en korte TE en TR meer geschikt dan hoge resolutie CT scan.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 143
34. Een van de oorzaken van een gemengd gehoorsverlies (perceptief en conductief) is otosclerose.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 143
35. Een van de oorzaken van ossificaties in de cochlea is otosclerose.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 147
36. De ductus nasolacrimalis mondt uit in de middelste neusgang.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 249
37. De sinus sphenoïdalis draineert in het infundibulum van het os ethmoïdale.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 254
38. De hiatus semilunaris is de verbinding tussen de middelste neusgang en het infundibulum.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 256
39. De fossa pterygopalatina staat via de fissura orbitalis superior in verbinding met de schedelinhoud.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 262
40. Chronische sinusitis met ingedroogde mucus is op MRI beter zichtbaar dan op CT.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 263
41. CT is de meest geschikte beeldvormende modaliteit om de anatomie van het os ethmoïdale en het ostiomeatale complex af te beelden.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 263
42. De Water’s opname van de neusbijholten is met name geschikt om de achterste ethmoïdcellen af te beelden.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 264
43. In ongeveer de helft van de patienten met choanaalatresie is de afsluiting geheel membraneus van aard.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 272
44. Bij 20 tot 40% van de patiënten die een MR onderzoek van het brein ondergaan wordt als toevalsbevinding oedemateus weefsel in de neusbijholten gezien.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 276
45. Een wortelcyste van een gebitselement heeft een dunne rand van corticaal bot.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 513
46. Van de neusbijholten wordt de sinus frontalis het meest frequent aangedaan door chronische schimmelinfecties.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 282
47. Een neusbijholte kan ingedroogd slijm bevatten.
Dit heeft een lage signaalintensiteit op T2 gewogen MR-pulssequenties.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 286
48. De meerderheid van de mucoceles van de neusbijholten heeft een hoge signaalintensiteit op T2 gewogen MR-pulssequenties.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 288
49. Retentiecysten van de neusbijholten komen het meest voor in de sinus maxillaris.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 289
50. Bij een zogenaamde blow-out fractuur van de orbitabodem is de oogkasrand eveneens gebroken.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 292
51. Een LeFort 1 fractuur veroorzaakt een zgn. floating maxilla.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 292
52. Een van de oorzaken van een liquorlek uit de neus is een fractuur van het os temporale.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 296
53. De overgrote meerderheid van de tumoren van neus en neusbijholten hebben een lage signaalintensiteit op T2 gewogen MR-pulssequenties.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 302
54. Een juveniel angiofibroom kleurt op MRI aan na intraveneuze toediening van Gd-DTPA.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 305
55. Esthesioneuroblastomen kleuren bij CT-onderzoek na intraveneuze contrasttoediening nauwelijks aan.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 321
56. Het foramen ovale komt uit in de fossa infratemporalis.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 334
57. Tornwaldts cyste bevindt zich in de sinus maxillaris.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 336
58. Nasopharynx carcinoom komt vaker voor bij Europeanen dan bij Aziaten.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 339
59. Een patiënt wendt zich tot zijn geneesheer met gehoorsverlies.
Een van de oorzaken is een nasopharynxcarcinoom.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 339
60. Het merendeel van de tumoren in de parapharyngeale ruimte is goedaardig.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 342
61. De meest voorkomende tumor in de parapharyngeale ruimte is het paraganglioom.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 342
62. De arytenoïden zijn gezeteld op het thyroïdkraakbeen.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 366
63. De ventrikel van de larynx scheidt de subglottische regio van de glottische regio.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 368
64. Oppervlakkige maligne tumoren van de ware stemband zijn in de meerderheid van de patienten reeds naar de ipsilaterale lymfeknopen gemetastaseerd.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 378
65. Een laryngocele van de larynx ontstaat door obstructie van de appendix van de laryngeale ventrikel.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 381
66. Bij babies komen hemangiomen van de larynx voor.
Deze bevinden zich bij de meerderheid van de patienten in de subglottische regio.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 387
67. Voor aandoeningen van de prevertebrale ruimte is MRI als beeldvormende modaliteit beter geschikt dan CT.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 417
68. Van de schildkliercarcinomen komt het medullaire carcinoom het meest frequent voor.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 427
69. De meerderheid van de bijschildklieradenomen heeft een laag tot intermediair signaal op T2 gewogen MR-pulssequenties.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 429
70. Speekselstenen komen vaker voor in de afvoergang van de glandula parotis dan in de afvoergang van de glandula submandibularis.
A. Juist B. Onjuist Valvassori p 480

