Examen Skelet najaar 2001
Examen Skelet najaar 2001
Sommige vragen worden voorafgegaan door een cursief gedrukt tekstgedeelte. Dit is een inleiding op de daaropvolgende vraag, en mag altijd beschouwd worden als zijnde juist.
01. Een dwarse fractuur in lange pijpbeenderen pleit voor een pathologische fractuur.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1574
02. Lipohaemarthros van het kniegewricht (herkenbaar aan een vet-vloeistofspiegel op een X-knie met horizontale stralengang) wordt in minder dan 50% van de gevallen veroorzaakt door een intra-articulaire fractuur.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1575
03. Bij de beschrijving van de angulatie van een fractuur wordt het grootste fragment als referentie genomen.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1581
04. Bij graad II dislocatie van het acromio-claviculair gewricht bestaat volledige disruptie van de coraco-claviculaire ligamenten.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1588
05. Het zichtbaar zijn van de anterior fat pad op een laterale X-elleboog duidt op een hydrops van het elleboogsgewricht.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1590
06. Bij een Monteggia fractuur-dislocatie is er sprake van een proximale ulna fractuur.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1591
07. Traumatische dislocaties van de femurkop ten opzichte van het acetabulum naar posterior komen vaker voor dan dislocaties naar anterior.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1601
08. Mediaal collateraal bandletsel komt vaker door een valgus dan door een varus stress trauma.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1604
09. Met een pylon fractuur van het bovenste spronggewricht wordt bedoeld een communitieve fractuur van zowel mediale als laterale malleolus.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1606
10. Een hoek van Boehler op een laterale X-enkel van kleiner dan 28 graden duidt op een calcaneus fractuur.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1608
11. Bij een Hangman's fractuur is sprake van bilaterale fracturen door de boog van C1.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1614
12. Het extensie-type teardrop fractuur-dislocatie geeft vaker myelumschade dan het flexie-type.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1616/1618
13. Bij een Chance fractuur van een lumbale wervel loopt de fractuur in het horizontale (=transversale) vlak.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1623
14. Een chondroom komt vaker centraal (bekken, proximale humeri en femora) dan perifeer (distale bovenste en onderste extremiteiten) voor.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1633
15. Een osteocartilaginaire exostose (=osteochondroom) komt vaker solitair dan multipel voor.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1633
16. Het syndroom van Ollier wordt gekenmerkt door multipele enchondromen.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1632
17. Een juxtacorticaal chondroom ontaardt vaker maligne dan een osteocartilaginaire exostose (=osteochondroom).
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1634
18. Een solitaire botcyste komt vaker voor in het femur dan in de humerus.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1643
19. Een 10-jarige jongen heeft in de proximale humerus een scherp begrensde expansieve lytische lesie.
Een solitaire botcyste is waarschijnlijker dan een aneurysmatische botcyste.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1644
20. Ongeveer de helft van alle reusceltumoren komt rond het kniegewricht voor.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1647
21. De voorkeurslocalisatie van 'post-traumatic cortical desmoid' is de anterieure bovenrand van de mediale femurcondyl.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1652
22. Massieve osteolysis ('vanishing bone disease') komt vaker diafysair dan epi-metafysair voor.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1654
23. Verkorting van de metacarpalia is een kenmerk van pseudopseudohypoparatyreoidie.
A. Juist B.Onjuist G&A blz 1307
Synovitis villonodularis pigmentosa toont histologisch hyperplasie van de synovia met pigmentaties.
De pigmentaties worden veroorzaakt door haemosiderine neerslagen.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1658
25. Metastasen naar het skelet van niercel tumoren (Grawitz) zijn in ongeveer 20% van de gevallen osteoblastisch.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1664
26. Osteosarcomen van het skelet zijn vaker diafysair dan metafysair.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1671
Het merendeel van de parosteale osteosarcomen presenteert zich na het 50e levensjaar.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1674
Maligne fibreus histiocytoom komt vaker rond de knie dan in het bekken voor.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1678
Het chordoom komt vaker in het sacrum dan in de thoracale wervelkolom voor.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1684
In de meerderheid der gevallen ontstaat een synoviasarcoom in een gewricht met chronische synovitis.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1686
Haemolytische anemie geeft meer reactieve botveranderingen dan aplastische anaemie.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1691
De heterozygote vorm (sickle-cell trait) van sickle-cell ziekte geeft geen aanleiding tot een verhoogde kans op botinfarcten.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1693
Botinfarcten bij sickle-cell anaemie kunnen bacterieel infecteren.
De meest voorkomende verwekker is S. Aureus.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1696
34. Bij een patiënt van 60 jaar worden multipele kleine (< 20 mm) osteolytische
haarden in het skelet gezien.
Morbus Kahler (Multipele Myelomatosis) is waarschijnlijker dan
carcinoommetastasen.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1704
35. Eosinofiel granuloom komt in de meerderheid van de gevallen bij presentatie multipel voor.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1707
Verdikking van het schedeldak (calvarium) is een van de radiologische kenmerken van hypoparathyreoidie.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1743
De zogenaamde “Rugger Jersey spine” bij renale osteodystrofie is een gevolg van osteoporose van dek- en sluitplaten.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1725
Patiënten met een osteogenesis imperfecta tarda hebben een normale levensverwachting.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1732
Marginale erosies aan de gewrichtsoppervlakken zijn de eerste destructieve uitingen van rheumatoide arthritis.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1780
Periarticulaire osteopenie bij rheumatoide arthritis is een gevolg van hyperaemie.
A. Juist B. Onjuist G&A blz 1778
De SI-gewrichten zijn bij RA vaker aangedaan dan de cervicale wervelkolom.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1783
Een van de meest voorkomende kenmerken van arthritis bij SLE is periarticulaire ontkalking.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1788
De syndesmofyten tengevolge van spondylitis ankylopoetica berusten op verkalkingen
in de annulus fibrosus van de tussenwervelschijven.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1790
Bij arthritis van de grote gewrichten, zoals heupen en knieën, in het kader van spondylitis ankylopoetica, staan erosies minder op de voorgrond dan bij rheumatoide arthritis.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1790
De meest voorkomende presentatievorm van psoriatische arthropathie is aantasting van de distale interphalangeale handgewrichten.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1792
Arthropathie bij het syndroom van Reiter komt vaker voor in de voeten dan in de handen.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1794
Ochronose is een neerslag van zwart pigment.
Dit is een kenmerk van haemochromatose.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1798
Neuropathische arthropathie tengevolge van syringomyelie betreft in de meerderheid der gevallen de onderste extremiteiten.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1802
Het eerste radiologische verschijnsel bij jicht is gewrichtsspleetversmalling.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1796
Colitis ulcerosa is een oorzaak van hypertrofische osteoarthropathie.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1807
Een van de kenmerken van DISH is ankylose van de SI-gewrichten.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1802
Acute hematogene osteomyelitis wordt in de meerderheid der gevallen veroorzaakt door een streptococ.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1855
Tuberculeuze infectie van de wervelkolom gaat gepaard met een sneller progressieve
discusversmalling dan pyogene infectie.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1859
Acute septische arthritis op de kinderleeftijd is in de meeste gevallen een complicatie van een nabijgelegen osteomyelitis.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1861
Een voorkeurslokalisatie van tuberculose in de lange pijpbeenderen is de diafyse.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1864
Een benige ankylose wordt vaker na een septische arthritis dan na een tuberculeuze arthritis waargenomen.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1866
Osteitis condensans ilii is een van de uitingsvormen van sarcoidose.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1875
Op Short Tau Inversion Recovery (STIR) afbeeldingen heeft rood beenmerg een lagere signaalintensiteit dan geel beenmerg.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1898
Transient osteoporosis van de heup gaat gepaard met een hoog signaal op T2-gewogen opnamen.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1901
De normale conversie van rood naar geel beenmerg vindt plaats vanuit het axiale skelet in de richting van de extremiteiten.
A.Juist B. onjuist G&A blz 1898
Enchondromen hebben over het algemeen een hoog signaal op T2-gewogen opnamen.
A.Juist B. Onjuist G&A blz 1904
De uptake van Tc 99m gelabelde radiopharmaca bij botscintigrafie wordt meer bepaald door het metabolisme van het bot dan door het mineraalgehalte.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1916
Een zogenaamde “superscan” bij botscintigrafie is een kenmerk van multipel myeloom.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1927
De zogenaamde pseudojicht (een vorm van acute aanvallen van self limiting arthritis, meestal van de knie) is een gevolg van calcium hydroxyapatite crystal deposition disease (HADD).
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1819
Het serum Calcium wisselt o.a. door osteocytische osteolysie en osteoclastische activiteit uit met het calcium van het bot.
Bij normale mensen wisselt ongeveer 25% van het serumcalcium elke minuut uit met
het calcium in bot.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1714
Onder Enthesitis verstaat men een ontstekingsproces van het gebied waar ligamenten, pezen en kapsels aan bot aanhechten.
Dit verschijnsel wordt bij Morbus Bechterew als waargenomen.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1790
Een van de radiologische kenmerken van rachitis is subperiostale botresorptie.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1723
Het zogenaamde Wimberger sign komt voor bij scheurbuik (vitamine C deficiëntie)
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1728
Epiphysaire dysgenesie (gefragmenteerde lijkende epiphysen) komt voor in het kader van hypothyreoidie.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1737
Fluorosis is het gevolg van inname van excessieve hoeveelheden fluor.
Een van de radiologische kenmerken is osteoporose.
A.Juist B.Onjuist G&A blz 1744
