Voeg toe aan favorieten

Subspecialisatieprogramma neuro-hoofdhals: historie, opzet en legitimatie




Subspecialisatieprogramma neuro-hoofdhals: historie, opzet en legitimatie

Mark van Buchem en Jonas Castelijns

Vanaf maart 2003 zijn er besprekingen gevoerd om te komen tot een gestructureerde opzet van de subspecialisatieprogramma’s. Het initiatief hiervoor lag aanvankelijk bij de secties Neuroradiologie (Mark van Buchem, Paul Hofman) en Hoofdhalsradiologie (Jonas Castelijns, Erik Beek). Er werd gekozen om eerst een algemeen format te formuleren op basis waarvan ook andere subspecialisaties gebaseerd konden worden. Daarom werd aansluiting gezocht bij andere secties die ook plannen in deze richting hadden, te weten de secties Interventieradiologie (Jim Reekers) en Kinderradiologie (Erik Beek).

Doel van het algemene format was om te komen tot een uniforme opzet voor subspecialisatieprogramma’s in de radiologie in Nederland. In dit document wordt deze opzet deels gespecificeerd en deels in algemene termen omschreven. Bij de hier voorgestelde opzet is uitgegaan van de richtlijnen die door de European Association of Radiology opgesteld zijn n.a.v. de aanbevelingen van de Union Européenne des Médecins Spécialistes.

In het format zijn criteria opgesteld waaraan opleidingscentrum en opleiders dienen te voldoen. Voorts worden duur, inhoud, didactische componenten en theoretische aspecten van de training omschreven. Een fellow volgt een programma van twee jaar, waarin minimaal 60% van de tijd besteed wordt aan het onderwerp van de subspecialisatie. Het subspecialisatieprogramma staat open voor gecertificeerde radiologen of assistenten in opleiding tot radioloog in hun laatste jaar. De assistenten die in het laatste jaar van hun opleiding al met het subspecialisatieprogramma begonnen zijn, dienen dit programma nog een jaar na hun opleiding voort te zetten. Na de subspecialisatie ontvangt de fellow een certificaat dat door de NVvR erkend wordt. Dit certificaat wordt uitgegeven door de NVvR en uitgereikt tijdens de jaarlijkse Radiologendagen. Dit certificaat wordt per vijf jaar verlengd op verzoek van de fellow, na schriftelijke rapportage van de activiteiten over deze periode. Een bestuurslid (leden) van de werkgroep en/of sectie van de NVvR op het gebied van het subspecialisme is verantwoordelijk voor het betreffende landelijke subspecialisatieprogramma (accreditatie, visitatie van een lokaal subspecialisatieprogramma).

Dit algemene format werd eind 2003 en 2004 voorgelegd aan en geaccordeerd door de leden van de bovengenoemde secties, het bestuur van de NVvR, de algemene ledenraad van de NVvR, het Academisch Overleg en het Concilium. Het bestuur van de NVvR gaf hierbij te kennen dat zijn verlangen is dat voor elk aandachtsgebied een sectie wordt opgericht met statuten en een bestuur. Deze kunnen dan de landelijke subspecialisatieprogramma’s opzetten.

Vervolgens werd door de secties Neuro- en Hoofdhalsradiologie gewerkt aan een opzet voor een gecombineerd subspecialisatieprogramma neuro/hoofdhals, waarin het bovengenoemde document gespecificeerd werd. De neuroradiologische expertise waarnaar tijdens het fellowship gestreefd wordt behelst niet de neuroradiologische interventie. Het is mogelijk dat een opleidingscentrum zich slechts kwalificeert voor een deel van een subspecialisatieprogramma, indien bijvoorbeeld relevante patiëntenpopulaties in dat centrum ontbreken. In dergelijke gevallen zal voor het niet-gekwalificeerde deel uitgeweken moeten worden naar een ander erkend opleidingscentrum. Per opleidingscentrum is er een opleider op het gebied van de neuroradiologie en een opleider voor hoofdhalsradiologie verantwoordelijk voor het subspecialisatieprogramma. Dit kan echter ook één en dezelfde persoon zijn. De minimale aantallen verrichtingen en competentieniveau’s zijn in bijlagen gespecificeerd.

De beslissing of een certificaat verleend kan worden, wordt in eerste instantie genomen op basis van het oordeel van de opleider(s) van het lokale subspecialisatieprogramma en het oordeel van de bestuursleden van de landelijke secties die belast zijn met deze taak. Een kandidaat die het subspecialisatieprogramma wenst te volgen, dient zich te richten tot een van de erkende opleiders van het subspecialisatieprogramma. Deze opleider dient vervolgens het verzoek om de betreffende assistent-in-opleiding of radioloog zijn/haar subspecialisatieprogramma te laten volgen te richten aan het bestuur van beide secties. Twee bestuursleden, een van elke sectie, zijn verantwoordelijk voor het betreffende landelijke subspecialisatieprogramma (accreditatie, visitatie van een lokaal subspecialisatieprogramma). Deze bestuursleden zijn ook verantwoordelijk voor het minimaal eens per vijf jaar actualiseren van bovengenoemde aantallen verrichtingen en competentieniveau's.

Dit uitgewerkte format voor een subspecialisatie neuro/hoofdhals werd in 2004 voorgelegd aan en geaccordeerd door het bestuur en de leden van de bovengenoemde secties; bovendien is aan het Concilium, het Academisch Overleg en het bestuur van de NVvR gemeld dat beide secties van plan zijn een landelijk subspecialisatieprogramma neuro-hoofdhals op te zetten.

Verantwoordelijk voor het subspecialisatieprogramma neuro-hoofdhals zijn Thijs de Jong namens de sectie Neuroradiologie en Jonas Castelijns namens de sectie Hoofdhalsradiologie.

In navolging van het subspecialisatieprogramma neuro-hoofdhals zijn nu ook programma’s op de gebieden kinder-, interventie- en abdominale radiologie in de maak.

Prof.dr. M. van Buchem, voorzitter sectie Neuroradiologie
Prof.dr. J.A. Castelijns, voorzitter sectie Hoofdhalsradiologie