Europees radiologieforum
Hans Bloem
Europees radiologieforum
Gezien de sterke kwaliteitsverbetering van het tijdschrift European Radiology (ER) en het European Congress of Radiology (ECR), alsmede de ontwikkeling van nieuwe initiatieven zoals Eurorad, wordt het belang van een Europees radiologieforum blijkbaar hoog ingeschat door vele van onze Europese collega's. Vanuit Europa en Japan, en gesteund door organisaties uit de Verenigde Staten, wordt er met succes geïnvesteerd in een Europees radiologieforum. De indruk bestaat echter bij onze Europese collega's dat de Nederlandse radiologie niet bijzonder in een Europees forum is geïnteresseerd. Zonder voorbij te willen gaan aan andere goede Europese organisaties zoals de ESMRMB en de vele gesubspecialiseerde Europese organisaties (bijv. de European Society for Musculoskeletal Radiology), wil ik me ter illustratie beperken tot de drie eerstgenoemde organisaties: ER, ECR en Eurorad.
Deze drie organisaties zijn belangrijke componenten van het Europese Radiologieforum. Helaas is het zo dat de Nederlandse belangstelling voor deze drie organisaties duidelijk achterblijft vergeleken bij de belangstelling uit andere Europese landen. Dit wordt betreurd door onze Europese collega's, die van mening zijn dat de Nederlandse radiologie sterk is en een belangrijk onderdeel zou moeten zijn van dit Europese forum.
Eurorad
Eurorad is een recentelijk gestarte database met casussen georganiseerd in de bekende diverse orgaansystemen, en daarbinnen op verschillende moeilijkheidsgraden (student, assistent, senior). Deze database is uniek qua architectuur en technische ondersteuning. Er is een volledig elektronisch ondersteund peer review-proces. Het insturen van een casus gebeurt via internet (http://eurorad.org/). De geaccepteerde casussen hebben dezelfde status als wanneer ze zouden zijn gepubliceerd in een klassiek tijdschrift. De titels worden gepubliceerd in European Radiology. Andere internationale radiologische organisaties hebben inmiddels interesse getoond om samen te werken. Na een aanvankelijk beperkte toestroom van casussen zijn de gestelde doelen qua aantallen gehaald en hebben de subsidiegevers besloten hun steun te continueren. Aangezien de aanlooptijd langer was dan geanticipeerd, is de doelstelling gehaald dankzij een belangrijke recente krachtinspanning van onze Belgische collega's. De Nederlandse inbreng blijft helaas achter. Zo zijn bijvoorbeeld de inmiddels geaccepteerde musculoskeletale casussen ingestuurd uit tien verschillende landen; Nederland zit er nog niet bij.
European Radiology
In de landen-toptien van geaccepteerde artikelen voor European Radiology komt Nederland niet voor. Landen met een aanzienlijk hoger aantal geaccepteerde manuscripten zijn: Duitsland, Frankrijk, Engeland, Turkije, België, Spanje, Italië, Griekenland, Japan en Zwitserland. In 1999 bedroeg het aantal Nederlandse inzendingen 23, waarvan 18 werden aanvaard. Dit acceptatiepercentage is vergeleken met het gemiddelde uitgesproken hoog. Met andere worden: vanuit Nederland worden weinig manuscripten ingestuurd, maar de manuscripten die worden ingestuurd zijn van bovengemiddelde kwaliteit. De getallen vlak voor het afsluiten van 2000 zijn hetzelfde qua acceptatiegraad, maar lager voor absolute getallen: slechts zeven geaccepteerde artikelen. De geringe Nederlandse belangstelling voor European Radiology contrasteert met de stijgende kwaliteit van ER. Elk jaar stijgt de impact factor van dit jonge blad. In 1999 steeg de impact factor naar 0,897. Hiermee is European Radiology in de regionen gekomen van de gevestigde nationale en orgaanspecifieke tijdschriften. Tijdschriften als Röfo, Vascular and Interventional Radiology en Skeletal Radiology hebben een lagere impact factor. Een bijkomend voordeel van European Radiology is de relatief hoge oplage van 6081 exemplaren. Dit maakt ER de derde qua oplage van de internationale radiologische tijdschriften.
European Congress of Radiology
De Nederlandse interesse voor het European Congress of Radiology, de ECR, is dalende. In 1999 werden 43 van de 66 ingestuurde abstracts voor voordracht of poster geaccepteerd. In 2000 werden 30 van de 34 inzendingen geaccepteerd. In 2001 daalde het aantal verder: 13 van de 15 ingestuurde abstracts werden geaccepteerd. Op de landenranglijst van ingestuurde abstracts daalde Nederland van plaats 13 in 1999, naar plaats 18 in 2000 en naar plaats 23 in 2001. Het aantal Nederlandse deelnemers was met 173 resp. 167 in 1999 en 2000 redelijk stabiel, maar wel lager dan de 212 deelnemers in 1997.
De conclusie van onze Europese collega's dat de kwaliteit van de Nederlandse research goed is, maar dat er weinig interesse is voor het Europese forum, lijkt hiermee gerechtvaardigd. Dit ondanks het feit dat een beperkt aantal Nederlandse radiologen zich wel inspant binnen diverse Europese organisaties.
Het traditionele antwoord dat de Nederlandse radiologie Amerikaans georiënteerd is, lijkt me slechts een gedeeltelijke verklaring, aangezien onze collega's uit bijvoorbeeld Duitsland, Engeland, Frankrijk en Japan ook uitgebreid in de Amerikaanse (internationale) literatuur publiceren. Daarenboven zijn er in deze landen nationale tijdschriften van goede kwaliteit.
Mijns inziens doet zich toch de vraag voor of de Nederlandse radiologie zich kan identificeren met Europa en of zij voldoende winst of eigenbelang ziet op de lange termijn om samen met onze Europese collega's te investeren in de Europese radiologie en haar forum. Ik hoop hiermee een aanzet te hebben gegeven tot een discussie binnen onze vereniging.
Prof.dr. J.L. Bloem
Leids Universitair Medisch Centrum
