Virtuele coloscopie (CT- en MR-colografie) , Jaap Stoker
| Jaap Stoker |
|
maart 2006
Virtuele coloscopie (CT- en MR-colografie)
Samenvatting
Computertomografie (CT) en magnetische-resonantie(MR)colografie (virtuele coloscopie) worden wetenschappelijk onderzocht voor de detectie van colorectaal carcinoom en colorectale poliepen. Het meeste onderzoek betreft CT-colografie in symptomatische populaties. CT-colografie blijkt in deze populaties een accurate techniek met een sensitiviteit voor colorectaal carcinoom van 95,9% en een specificiteit >99%. Voor patiënten met poliepen ≥10 mm is de sensitiviteit 85-92,5% en de specificiteit 95-97,4%. CT-colografie is de techniek voor het aantonen van synchrone laesies bij incomplete coloscopie bij patiënten met een stricturerend colorectaal carcinoom.
CT-colografiedata bij surveillance/screeningpopulaties zijn nog beperkt, waarbij de sensitiviteit varieert (55-94%) bij een hoge specificiteit (92-96%). CT-colografie zou van waarde kunnen zijn als triagetechniek bij FOBT-bevolkingsonderzoek. Nieuwe ontwikkelingen betreffen onder meer beperkte darmvoorbereiding, lage stralendosis en automatische poliepdetectie.
Trefwoorden: Colorectaal carcinoom; screening; surveillance; detectie; computertomografie; magnetic resonance imaging
Inleiding
Virtuele coloscopie (colografie) is een tien jaar geleden geïntroduceerde techniek voor de detectie van colorectaal carcinoom en poliepen. Hierbij wordt het darmoppervlak van buitenaf met computertomografie (CT) of magnetic resonance imaging (MRI) onderzocht. De combinatie van visualisatie van de gehele dikke darm, goede accuratesse voor dikkedarmkanker en grote poliepen en een relatief lage patiëntbelasting, maakt colografie een potentieel belangrijk alternatief voor bestaande technieken.
Techniek colografie
Het CT-colografieonderzoek wordt uitgevoerd met een multislice spiraal-CT-machine. Met deze machine is het mogelijk om de gehele dikke darm af te beelden tijdens een ademstilstand. Dit is een voorwaarde voor een goede beoordeling van het onderzoek. Met het nieuwste type CT-scanners (64-slice CT-scanner) zijn hoge resolutiebeelden (plakdikte <1 mm) van de gehele buik mogelijk binnen een paar seconden. Colon en rectum worden direct voor de start van de scan ontplooid met lucht- of kooldioxide. Door de ontplooiing kunnen poliepen en tumoren zichtbaar worden gemaakt. Poliepen worden geïdentificeerd als bolvormige verhevenheden van het darmoppervlak (Figuur). Het CT-colografieonderzoek wordt in ongeveer vijftien minuten uitgevoerd, waarbij het feitelijke CT-onderzoek minder dan een halve minuut duurt.
De CT-colografiebeelden kunnen op verschillende wijze door de radioloog worden beoordeeld. De beelden kunnen, zoals gebruikelijk is voor een CT-onderzoek, met name tweedimensionaal worden beoordeeld of via driedimensionale methoden in de vorm van een filmpje gelijkend op een optische coloscopie; vandaar de naam virtuele coloscopie. Verbeteringen in de toegepaste beeldverwerkingsmethoden hebben geleid tot steeds nauwkeurigere en met name ook efficiëntere beoordelingsmethoden [1].
Bij MR-colografie worden MRI-opnamen verkregen na verdund contrastmiddelinloop of lucht- of kooldioxide-insufflatie in de endeldarm. De onderzoeksduur is wat langer dan met CT-colografie, terwijl de beoordelingsmethoden vergelijkbaar zijn.
Tot voor kort vereiste een CT-colografie- of MR-colografieonderzoek een belastende voorbereiding van de darm, vergelijkbaar met de voorbereiding voor coloscopie. Een belangrijke ontwikkeling is poliepdetectie met CT-colografie zonder deze uitgebreide darmvoorbereiding. Alleen enkele dieetrestricties (bijv. geen rauwe groenten) en oraal contrastmiddel zijn voldoende voor een adequaat colografieonderzoek. Deze techniek blijkt technisch haalbaar en heeft een positief effect op acceptatie en daarmee waarschijnlijk adherentie voor screeningprogramma’s [2].
.jpg)
Figuur: CT-colografie met driedimensionale weergave (virtuele coloscopie) toont een poliep.
De poliep bleek bij pathologisch-anatomisch onderzoek een tubulo-villeus adenoom.
Resultaten
De resultaten van colografie worden beïnvloed door de ziekteprevalentie binnen de onderzochte populaties. Rapportage vindt dan ook apart plaats voor populaties met hoge ziekteprevalentie (bijv. symptomatische populaties) en lage ziekteprevalentie (surveillance/screening). Het wetenschappelijk onderzoek naar de accuratesse en belasting van colografie betrof initieel alleen patiënten met hoge ziekteprevalentie. Op dit moment vindt het onderzoek met name plaats naar de mogelijke rol van deze techniek voor screening (surveillance/bevolkingsonderzoek) voor kanker van de dikke darm. Het colografieonderzoek betreft met name CT-colografie. Dit researchzwaartepunt bij CT-colografie wordt veroorzaakt door zowel de beschikbaarheid en lagere kosten van CT-apparatuur als de meer eenduidige technische factoren bij CT die toepassing vergemakkelijken.
Bij colografie zijn alleen poliepen te identificeren, waarbij geen onderscheid is te maken tussen adenomen en niet-adenomen (bijv. hyperplastische poliep). Echter, grotere poliepen zijn vaker adenomen dan kleine poliepen, waarbij de kans op maligniteit binnen een adenoom ook gerelateerd is aan de grootte. Met name poliepen ≥10 mm hebben een niet verwaarloosbare kans op maligniteit. Om deze reden wordt onderzoek naar colografie gerapporteerd met onderscheiden afkapwaarden voor poliepgrootte, met als belangrijkste poliepgrootte ≥10 mm. Aangezien colografie veelal gebruikt zal worden om patiënten te selecteren voor therapeutische coloscopie, is met name de uitkomst per patiënt belangrijk.
Resultaten hoge ziekteprevalentie
De wetenschappelijke literatuur over CT-colografie is bestudeerd in drie systematische reviews [3-5]. De in deze reviews opgenomen artikelen betreffen vrijwel allen studies met (relatief) hoge ziekteprevalentie (veelal symptomatische patiënten, onderzocht na uitgebreide darmvoorbereiding). In een van deze reviews is de sensitiviteit en specificiteit voor de detectie van colorectaal carcinoom onderzocht (respectievelijk 95,9% en >99% [5]). Poliepdetectie wordt in alle drie reviews onderzocht. De sensitiviteit van CT-colografie voor het identificeren van patiënten met poliepen ≥10 mm is 85%, 88% en 92,5% bij een hoge specificiteit van 95%, 97% en 97,4%. Voor poliepen ≥6 mm is de sensitiviteit per patiënt 70%, 84% en 86,4%, terwijl de specificiteit 86,1% en 93% bedraagt. De sensitiviteit en specificiteit van CT-colografie voor zeer kleine poliepen is laag. Bij CT-colografie worden in een symptomatische populatie bij ongeveer 40% van de patiënten afwijkingen buiten het colon gevonden, voor een groot deel niet relevante toevalsbevindingen of al bekende afwijkingen. Bij een kwart van deze patiënten (10%) betreft dit relevante bevindingen: de belangrijkste afwijkingen zijn maligniteit (2,7%, waarvan 0,9% N0M0) en aorta-aneurysma (0,9%) [6].
In de literatuur bestaan geen eenduidige resultaten met betrekking tot patiëntacceptatie. In Amerikaanse studies blijkt colografie meer belastend dan coloscopie, terwijl dit in Europese studies juist niet het geval is. Oorzaken hiervoor zijn zeer waarschijnlijk het, in tegenstelling tot Europese studies, altijd toepassen van sedatie bij coloscopie en het juist niet toepassen van butylscopolamine/glucagon bij colografie. Uit alle studies blijkt wel dat de darmvoorbereiding als het meest belastende aspect wordt aangemerkt. Oplossing hiervoor is de beperkte darmvoorbereiding. Een recente studie (gemengd hoge en lage prevalentie) rapporteert uitstekende resultaten bij 203 patiënten die werden voorbereid zonder uitgebreide darmvoorbereiding: alleen enige dieetrestricties en oraal contrastmiddel (Gastrografine). De per-patiënt-sensitiviteit, specificiteit en voorspellende waarden waren 100% voor poliepen ≥10 mm [7]. Voor symptomatische patiënten zal vooralsnog meer onderzoek nodig zijn voordat bij CT-colografievoorbereiding zal kunnen worden overgestapt op beperkte darmvoorbereiding.
CT-colografie heeft een duidelijke plaats gekregen als aanvullend onderzoek bij incomplete coloscopieën, zoals bij stenotische tumoren. In het Academisch Medisch Centrum is dit een standaardindicatie voor CT-colografie. CT-colografie geeft belangrijke informatie over de aanwezigheid van synchrone tumoren en poliepen, terwijl gelijktijdig een CT-abdomen met intraveneus contrast kan worden verricht voor de detectie van onder meer levermetastasen [8]. Ook bij incomplete coloscopieën door andere redenen (gewijzigde anatomie, patiëntweigering), kan CT-colografie van waarde zijn. Bij patiënten met een (dreigende) ileus kan een standaard-CT-onderzoek na intraveneus contrastmiddel (plakdikte maximaal 3 mm) worden uitgevoerd zonder darmvoorbereiding of insufflatie zoals bij CT-colografie. De dilatatie van de met vocht gevulde darmlissen tot aan de obstructie helpt bij de identificatie van de obstructie.
MR-colografie blijkt uit de gegevens in een systematische review een sensitiviteit te hebben van 91% en een specificiteit van 98% voor colorectaal carcinoom [9]. In een MRI-studie van 70 patiënten had MRI een sensitiviteit van 96% en een specificiteit van 93% voor poliepen ≥10 mm [10]. Het onderzoek betrof symptomatische patiënten met een hoge poliepprevalentie: 53 van de 70 patiënten hadden een poliep. In een grotere populatie van 122 patiënten werd een sensitiviteit en specificiteit van MRI voor poliepen >5 mm gevonden van respectievelijk 93 en 100% [11].
Resultaten lage-prevalentiepopulaties (bevolkingsonderzoek/surveillance)
De eerste gegevens over de nauwkeurigheid van colografietechniek bij personen met een verhoogd risico van het ontwikkelen van dikkedarmkanker (doelgroep voor surveillance) en bij personen met een normaal risico (doelgroep voor bevolkingsonderzoek) zijn de laatste drie jaar gepubliceerd. Hierbij blijkt er voor poliepen ≥10 mm een opvallend verschil te bestaan in per-patiënt-sensitiviteit tussen de vijf studies (variërend tussen 55 en 94%), bij een overigens in alle studies goede specificiteit (variërend tussen 92 en 96%) [13-16]. Voor dit verschil in sensitiviteit zijn meerdere oorzaken aan te wijzen, waaronder verschillen in uitvoering van de CT-colografie, expertise van de CT-colografiebeoordelaars en gebruikte beoordelingsmethode, ziektespectrum en referentiestandaard. De studie met de meest optimale CT-colografietechniek is de grootste studie (1233 screeningdeelnemers) en meldt de beste resultaten [13]. De sensitiviteit voor personen met adenomateuze poliepen was 94% voor poliepen ³10 mm, 94% voor poliepen ³8 mm en 89% voor poliepen ³6 mm, de specificiteit respectievelijk 96, 92 en 80%. In een Nederlandse surveillancepopulatie van 249 patiënten was de per-patiënt-sensitiviteit voor poliepen ³10 mm 84% en de specificiteit 92% [14]. In beide studies bleek colografie grote poliepen te detecteren die gemist werden bij coloscopie [13,14]. De sensitiviteit van colografie voor grote poliepen deed in deze studies niet onder voor coloscopie. Bolvormige afwijkingen zijn met CT-colografie makkelijker te herkennen dan vlakke afwijkingen [17]. In de hiervoor beschreven Nederlandse studie bij 249 patiënten bleken de gemiste poliepen ³10 mm vaak vlakke afwijkingen te betreffen [14]. Uit andere studies bleek dat dit waarschijnlijk ook op specifieke ervaring met het detecteren van deze afwijkingen berust en dat tot 80% van de vlakke laesies ³6 mm kan worden gedetecteerd [17,18].
Op dit moment zijn onvoldoende gegevens bekend over de op CT-colografie zichtbare afwijkingen buiten het colon. Een belangrijke factor hierbij is dat voor een surveillance/screening CT-colografie veelal wordt gekozen voor een onderzoek zonder intraveneus contrastmiddel en zo laag mogelijke stralingsdosis. Hierdoor zijn veel afwijkingen – bij een screeningpopulatie veelal niet relevante toevalsbevindingen – niet zichtbaar of niet goed te duiden, wat in een screeningsituatie niet per se een nadeel hoeft te zijn. De anders noodzakelijke work-up en daarmee gepaard gaande kosten bij een lage a-priori-kans op relevante afwijkingen, zouden een belangrijke negatieve factor kunnen zijn voor CT-colografie als doelmatige screeningtest.
De patiëntenacceptatie van CT-colografie bij de Nederlandse surveillancepopulatie was significant hoger dan voor coloscopie [19]. De uitgebreide darmvoorbereiding bleek de meest belastende factor. Voor populaties met lage ziekteprevalentie is het vervangen van de uitgebreide darmvoorbereiding door de veel minder belastende beperkte darmvoorbereiding een belangrijke ontwikkeling voor acceptatie van screening. Cruciaal is echter het effect van deze wijziging in voorbereiding op de sensitiviteit en specificiteit van CT-colografie. Dit is een van de onderzoeksvragen binnen de huidige CT-colografieresearch.
CT-colografie lijkt goede eigenschappen te hebben als triagetechniek voor het op handen zijnde bevolkingsonderzoek voor colorectaal carcinoom met de fecaal occult bloed test (FOBT). De ziekteprevalentie binnen de groep met een positieve FOBT-uitslag komt ongeveer overeen met een symptomatische populatie, zodat de goede sensitiviteit en specificiteit van CT-colografie in hoge-prevalentiepopulaties van toepassing is. Een positieve FOBT-uitslag wordt gevolgd door een coloscopie, waarbij echter maar bij 30-50% van de FOBT-positieve patiënten een colorectaal carcinoom of adenoom wordt gevonden. CT-colografie inzetten als triagetechniek (selectie voor coloscopie) zou ruim de helft van de coloscopieën overbodig kunnen maken. Deze halvering van het beslag op de coloscopieactiviteit is belangrijk gezien de beperkte capaciteit en middelen. Indien in deze populatie CT-colografie met beperkte darmvoorbereiding een vergelijkbare sensitiviteit en specificiteit zou hebben als na CT-colografie met uitgebreide darmvoorbereiding, dan zou dit de patiëntbelasting door de coloscopie met uitgebreide darmvoorbereiding voorkomen bij de onterecht met FOBT geïdentificeerde personen. Dit laatste is belangrijk voor de adherentie van deelnemers én de participatie van potentiële kandidaten in de directe omgeving van de patiënt alsook daarbuiten (publiciteit in media). De capaciteit voor CT-colografie qua apparatuur is in Nederland geen probleem; op dit moment is de ervaring met CT-colografie echter nog niet wijdverbreid.
Er zijn nog nauwelijks studies gepubliceerd met gegevens over de accuratesse van MR-colografie bij personen met een verhoogd risico van het ontwikkelen van dikkedarmkanker (de doelgroep voor surveillance) en bij personen met een normaal risico (de doelgroep voor bevolkingsonderzoek). Een studie met een gemengde populatie van 165 patiënten met een gemiddeld of hoog risico laat een lage sensitiviteit zien voor poliepen (12,9%) bij een hoge specificiteit (97,6%) [20]. Recent is in het AMC een studie bij 200 surveillancepatiënten afgerond, waarvan de resultaten nog niet zijn gepubliceerd. Hieruit bleken betere sensitiviteitswaarden: per-patiënt-sensitiviteit voor poliepen ³10 mm was 58-75% en de specificiteit was 93-97% [21].
Beperkingen
Een beperking van colografie is dat voor belangrijke bevindingen altijd vervolgens een coloscopie of sigmoïdoscopie zal moeten worden uitgevoerd om de diagnose te bevestigen, poliep te verwijderen en/of materiaal voor histologisch onderzoek te verkrijgen. Dit betekent dat colografie niet geschikt is voor patiënten met een zeer hoge kans op grote poliepen of kanker, anders dan als aanvullend onderzoek (bijvoorbeeld bij incomplete coloscopie).
Bij CT wordt gebruikgemaakt van röntgenstraling. Bij experimenteel onderzoek lijkt het mogelijk om de stralenbelasting te verminderen met een factor 80 of meer, waardoor de kans op fatale kanker ten gevolge van het onderzoek verwaarloosbaar klein wordt [22]. Bij MRI speelt ioniserende stralenbelasting geen rol.
Het principe van colografie berust op het kunnen identificeren van verhevenheden van het darmoppervlak, waardoor vlakke afwijkingen gemist kunnen worden. De gerapporteerde resultaten van colografie voor vlakke afwijkingen zijn variabel. Onderscheid tussen adenomen en bijvoorbeeld hyperplastische poliepen is niet mogelijk. De kosteneffectiviteit van colografie is niet onderzocht.
Nieuwe ontwikkelingen
Sinds 2004 worden 64-slice CT-scanners geïnstalleerd, waarbij er echter nog geen CT-colografieresultaten bekend zijn. Deze scanners geven de mogelijkheid met hoge spatiale resolutie te scannen in zeer korte tijd. Het is de verwachting dat deze verbeterde spatiale resolutie zal bijdragen aan een betere detectie van poliepen, met name vlakke afwijkingen.
Bij mogelijke toepassing van colografie bij bevolkingsonderzoek zal er een groot aantal colografieonderzoeken moeten worden beoordeeld. Net als bij borstkankerscreening blijken radiologische laboranten een belangrijke rol hierin te kunnen gaan spelen, zowel voor de uitvoering als de beoordeling. Een andere oplossing voor de beoordeling van grote hoeveelheden colografieonderzoeken is automatische poliepdetectie. Initiële resultaten in kleine studies zijn hoopgevend: ongeveer 80-90% per-poliep-sensitiviteit voor poliepen ≥10 mm en een beperkt aantal fout-positieven [23].
Conclusie
Colografie is een accurate techniek voor het detecteren van dikkedarmkanker of grote poliepen in hoge-prevalentiepopulaties (bijv. symptomatische populaties). Een belangrijke toepassing van CT-colografie in de klinische praktijk is als aanvulling op incomplete coloscopieën, zoals bij een stricturerende tumor. Op dit moment is onderzoek gaande naar de plaats van colografie als primaire diagnostische techniek voor bevolkingsonderzoek, waarbij verschillen in onder meer uitvoering en expertise van de beoordelaars de sensitiviteit beïnvloeden. Eerst zal er duidelijkheid moeten worden verkregen over de resultaten van optimaal uitgevoerde CT-colografie in meerdere studies in screeningpopulaties, voordat een definitieve uitspraak over CT-colografie als screeningtechniek kan worden gedaan. CT-colografie lijkt veelbelovend als triagetechniek voor FOBT-positieven bij het op handen zijnde bevolkingsonderzoek met FOBT.
Aanwijzingen voor de praktijk
Op dit moment ligt de toepassing van CT-colografie met name bij het aantonen van synchrone tumoren of poliepen bij patiënten met een incomplete coloscopie bij een stricturerend colorectaal carcinoom. Hierbij kan gelijktijdig een CT lever worden uitgevoerd. Een andere toepassing is als vervanging van een diagnostische coloscopie bij surveillancepatiënten, indien een patiënt een coloscopie weigert of als eerdere coloscopieën technisch zeer moeilijk waren of incompleet. Voor screening is meer onderzoek nodig naar de rol van colografie.
Referenties
1. Vos FM, Gelder RE van, Serlie IW, Florie J, Nio CY, Glas AS, et al. Three-dimensional display modes for CT colonography: conventional 3D virtual volonoscopy versus unfolded cube projection. Radiology 2003;228:878-85.
2. Lefere PA, Gryspeerdt SS, Dewyspelaere J, Baekelandt M, Van Holsbeeck BG. Dietary fecal tagging as a cleansing method before CT colonography: initial results polyp detection and patient acceptance. Radiology 2002;224:393-403.
3. Sosna J, Morrin MM, Kruskal JB, Lavin PT, Rosen MP, Raptopoulos V. CT colonography of colorectal polyps: a metaanalysis. AJR 2003;181:1593-8.
4. Mulhall BP, Veerappan GR, Jackson JL. Meta-analysis: computed tomographic colonography. Ann Intern Med 2005;142:635-50.
5. Halligan S, Altman DG, Taylor SA, Mallett S, Deeks JJ, Bartram CI, Atkin W. CT colonography
in the detection of colorectal polyps and cancer: systematic review, meta-analysis, and
proposed minimum data set for study level reporting. Radsiology 2005;237:893-904.
6. Xiong T, Richardson M, Woodroffe, Halligan S, Morton D, Lilford RJ. Incidental lesions found on CT colonography: their nature and frequency. Brit J Radiol 2005;78:22-9.
7. Iannaccone R, Laghi A, Catalano C, Mangiapane F, Lamazza A, Schillaci A, et al. Computed tomographic colonography without cathartic preparation for the detection of colorectal polyps. Gastroenterology 2004;127:1300-11.
8. Neri E, Giusti P, Battolla L, Vagli P, Boraschi P, Lencioni R, et al. Colorectal cancer: role of CT colonography in preoperative evaluation after incomplete colonoscopy. Radiology 2002;223:615-9.
9. Purkayastha S, Tekkis PP, Athanasiou T, Aziz O, Negus R, Gedroyc W, et al. Magnetic resonance colonography versus colonoscopy as a diagnostic investigation for colorectal cancer: a meta-analysis. Clin Radiol 2005;60:980-9.
10. Pappalardo G, Polettini E, Frattaroli FM, et al. Magnetic resonance colonography versus conventional colonoscopy for the detection of colonic endoluminal lesions. Gastroenterology 2000;119:300-4.
11. Ajaj W, Pelster G, Treichel U, et al. Dark lumen magnetic resonance colonography: comparison with conventional colonoscopy for the detection of colorectal pathology. Gut 2003;52:1738-43.
12. Johnson CD, Harmsen WS, Wilson LA, Maccarty RL, Welch TJ, Ilstrup DM, Ahlquist DA. Prospective blinded evaluation of computed tomographic colonography for screen detection of colorectal polyps. Gastroenterology 2003;125:311-9.
13. Pickhardt PJ, Choi JR, Hwang I, et al. Computed tomographic virtual colonoscopy to screen for colorectal neoplasia in asymptomatic adults. N Engl J Med 2003;349:2191-200.
14. Gelder RE van, Nio CY, Florie J, Bartelsman JF, Snel P, Jager SW de, et al. Computed tomographic colonography compared with colonoscopy in patients at increased risk for colorectal cancer. Gastroenterology 2004;127:41-8.
15. Cotton PB, Durkalski VL, Pineau BC, Palesch YY, Mauldin PD, Hoffman B, et al. Computed tomographic colonography (virtual colonoscopy): a multicenter comparison with standard colonoscopy for detection of colorectal neoplasia. JAMA 2004;291:1713-9.
16. Rockey DC, Paulson E, Niedzwiecki D, Davis W, Bosworth HB, Sanders L, et al. Analysis of air contrast barium enema, computed tomographic colonography, and colonoscopy: prospective comparison. Lancet 2005;365:305-11.
17. Fidler JF, Fletcher JG, Johnson CD, Huprich JE, Barlow JM,Earnest IV F, Bartholmai BJ. Understanding interpretive errors in radiologists learning computed tomography colonography. Acad Radiol 2004;11:750-6.
18. Pickhardt PJ, Nugent PA, Choi JR, Schindler WR. Flat colorectal esions in asymptomatic adults. Implications for screening with CT virtual colonoscopy. AJR 2004;183:1343-7.
19. Gelder RE van, Birnie E, Florie J, Schutter MP, Bartelsman JF, Snel P, et al. CT colonography and colonoscopy: Assessment of patient preference in a 5-week follow-up study. Radiology 2004;233:328-37.
20. Leung WK, Lam WW, Wu JC, So NM, Fung SS, Chan FK, et al. Magnetic resonance colonography in the detection of colonic neoplasm in high-risk and average-risk individuals. Am J Gastroenterol 2004;99:102-8.
21. Florie J, Jensch SJ, Nievelstein RA, Bartelsman JF, Baak BC, Gelder RE van, et al. Magnetic resonance colonography with limited bowel preparation compared with optical colonoscopy for patients at increased risk for colorectal cancer (abstract). Radiology 2005;237 [in press].
22. Gelder RE van, Venema HW, Florie J, Nio CY, Serlie IW, Schutter MP, et al. CT colonography: feasibility of substantial dose reduction – comparison of medium to very low doses in identical patients. Radiology 2004;232:611-20.
23. Summers RM, Franaszek M, Miller MT, Pickhardt PJ, Choi JR, Schindler WR. Computer-aided detection of polyps on oral contrast-enhanced CT colonography. AJR 2005;184:105-8.
maart 2006
eerder gepubliceerd in MemoRad 2006-1
Prof.dr. J. Stoker
AMC Amsterdam
Researchsamenwerking
De auteur heeft een researchsamenwerking met grantsupport met Philips Medical Systems op het gebied van beeldverwerking en automatische poliepdetectie van colografieonderzoeken.
- za 27 december 2008 16:23


