CvB / FAQ

De Commissie voor Beroepsaangelegenheden (CvB) ontvangt en beantwoordt vragen van leden van de NVvR. Hieronder staat een selectie van meest gestelde vragen en antwoorden.

Normtijden

Wat zijn normtijden?

Normtijden zijn geen echte tijden, maar een weegfactor binnen een specialisme om de zwaarte van een verrichting/zorgactiviteit te bepalen. Klik hier voor meer informatie over normtijden.

Registratie MDO

Wanneer mag een MDO worden geregistreerd?

De definitie van een multidisciplinair overleg (MDO) is aangepast per 2016. Het MDO is een bespreking geworden tussen minimaal drie beroepsbeoefenaren, die de poortfunctie uitvoeren en/of ondersteunende specialisten (en met verschillende AGB-codes). Hiermee zijn de ondersteunende specialismen, zoals radiologie en pathologie, erkend als deelnemers aan het MDO. Deze zorgactiviteit kan door iedere beroepsbeoefenaar worden vastgelegd. In 2015 luidde de definitie nog dat een MDO mag worden geregistreerd als er sprake is van een bespreking tussen minimaal drie poortspecialismen.
Omdat in de normtijd van elk radiologisch onderzoek ook de bespreking van de beoordeling/het verslag van het onderzoek met de aanvrager is verwerkt, wordt een MDO niet geregistreerd bij de SEH-besprekingen en andere "foto" besprekingen ook al zijn er drie verschillende specialismen aanwezig.

Mag een MDO worden geregistreerd bij aanwezigheid van een niet-medisch specialist (VS, PA)?

Ja, een MDO kan door iedere betrokken beroepsbeoefenaar worden vastgelegd. Ook een verpleegkundig specialist of physician assistant kan deelnemen aan een MDO tezamen met of in plaats van de medisch specialist van het betreffende specialisme. Indien zij samen deelnemen, telt dit als één specialisme. In theorie kan een MDO dus bestaan uit alleen niet-medisch specialisten. In praktijk zullen afspraken binnen een ziekenhuis en tussen specialismen hierin leidend zijn. 

Herbeoordeling/second opinion

Wat is de vergoeding voor een herbeoordeling/second opinion?

Per 1 januari 2013 is het mogelijk een herbeoordeling/second opinion te registreren met zorgactiviteitcode 089879, beoordeling onderzoek voor derden. Deze code wordt eenmaal geregistreerd ongeacht het aantal en soort te (her)beoordelen onderzoeken en kan ook worden gebruikt voor beoordeling van het mammografisch onderzoek na verwijzing vanuit het bevolkingsonderzoek borstkanker (indien er geen nieuw mammogram wordt vervaardigd).
De normtijd voor een herbeoordeling/second opinion is sinds 2016 gelijk aan de normtijd van een multislice CT-hart of CT-abdomen (inclusief contrast). De CvB is van mening dat dit als gemiddelde tijd voor alle herbeoordelingen/second opinions voldoende zou moeten zijn. Uitzonderingen, die gemiddeld meer tijd kosten, hebben veelal een onduidelijke vraagstelling en/of worden zonder oorspronkelijk verslag aangeleverd. Hier zou op gestuurd kunnen worden, door als afdeling aan te geven in welke vorm een herbeoordeling/second opinion alleen in behandeling kan worden genomen.
Andere uitzonderingen kosten meer tijd omdat er een beroep wordt gedaan op specifieke expertise. Dit zijn dan veelal verzoeken om herbeoordelingen van buiten het eigen ziekenhuis. In dat geval is er sprake van onderlinge dienstverlening (ODV), waarvoor een tarief in rekening kan worden gebracht bij de aanvrager vanuit het andere ziekenhuis. Voor onderlinge dienstverlening zijn de tarieven vrij, dus er kan worden afgeweken van het door de NZa berekende integrale tarief.

Verwijzing via BOB

Wat kan worden geregistreerd bij een doorverwijzing vanuit het bevolkingsonderzoek borstkanker (BOB)?

Bij een doorverwijzing vanuit het BOB heeft de CvB de volgende ideeën over de registratie:
- Een doorverwijzing via het BOB mag worden geïnterpreteerd als een verzoek om herbeoordeling.
- Afhankelijk van het vervolg wordt een aanvullend onderzoek geregistreerd (86970 echografie van mamma, 86902 mammografie als er een aanvullende compressieopname wordt gemaakt) of een herbeoordeling (89879) als er geen aanvullend onderzoek plaatsvindt.

Registratie voortijdig afgebroken interventie

Wat wordt geregistreerd bij een voortijdig afgebroken interventie?

In overleg met de sectie Interventieradiologie (NVIR) is het uitgangspunt dat de behandelintentie leidend is voor de registratie en declaratie. De keuze van de zorgactiviteit, die wordt vastgelegd, is dus niet afhankelijk van technisch dan wel klinisch succes. De behandelintentie bepaalt de gekozen codering en deze wordt aangepast indien op basis van (angiografische) beelden het behandelplan wordt aangepast. Kosten van afgebroken interventies kunnen worden verdisconteerd in de kostprijzen/tarieven van een zorgactiviteit.

Ter verduidelijking een aantal scenario’s bij een procedure waarbij het percentage technisch falen relatief hoog is, i.e. intra-arteriële trombolyse bij stroke:
1. Procedure is gestart, maar op basis van angiografische beelden wordt besloten dat intra-arteriele thrombolyse niet haalbaar is.
2. Tijdens opvoeren van katheter ontstaat een intra-craniële dissectie of bloeding. Procedure wordt afgebroken agv opgetreden complicatie.
3. Tijdens procedure aspireert patiënt, ontstaat een reanimatiesetting en dient de procedure te worden gestaakt.
4. Ondanks herhaalde pogingen lukt het niet het stolsel te verwijderen uit ACM. Procedure wordt beëindigd.

In scenario 2 t/m 4 is sprake van technisch falen en/of afbreken procedure a.g.v. complicatie. De codering die past bij 2 t/m 4 is die van intra-arteriële trombolyse. Dat is in lijn met de uitgangspunten voor complicatieregistratie en bestaande studieregistratie (MR CLEAN). In scenario 1 is er een wijziging in het behandelplan en dient de codering te worden aangepast naar diagnostische angiografie.

Dienstverlening huisartsenposten

Is er een richtlijn voor dienstverlening aan huisartsenposten in de avonden, nachten en weekeinden?

Er is een landelijke tendens en discussie gaande omtrent radiologische dienstverlening aan huisartsenposten in de avonden, nachten en weekeinden, waarbij de huisartsen een zelfde diagnostiek wensen zoals overdag op werkdagen gebruikelijk is, d.w.z conventionele röntgendiagnostiek met name van extremiteiten. Gezien de diverse situaties en omstandigheden is de CvB van mening dat de radiologische dienstverlening aan huisartsen(posten) buiten kantooruren beter op lokaal of regionaal niveau kan worden besproken en afgesproken, dan dat moet worden gestreefd naar een landelijke richtlijn.
Wel kan worden gekeken naar goede voorbeelden of ervaringen in de praktijk. Binnen de CvB zijn er goede ervaringen met verlengde bedrijfstijden tot 20 uur of 22 uur op werkdagen en in het weekeinde extra tijden of slots, waarin patiënten via de huisarts(enpost) zich ook zonder spoedindicatie met een aanvraag voor beeldvormende diagnostiek kunnen melden. Dit is veelal organisatorisch wel in te passen door de betrokken afdeling en vakgroep radiologie zonder grote aanpassingen en/of hoge extra kosten.
Als een huisarts buiten deze afgesproken tijden een aanvraag doet, en er is geen spoedindicatie, dan wordt de patiënt gevraagd om de volgende dag terug te komen via de eigen huisarts. Dat heeft als bijkomend voordeel dat de uitslag rechtstreeks terechtkomt bij de eigen huisarts.
Verder gaan alle aanvragen buiten de afgesproken tijden met spoedindicatie naar de Spoed Eisende Hulp, hetgeen inderdaad leidt tot een zorgproduct van het behandelend specialisme en daardoor tot betaling van het eigen risico door de patiënt. Maar dit kan worden gezien als een passende bekostiging voor passende zorg, gezien de spoedindicatie.